Naar de inhoud

aanklooien

rommelen, rotzooien, zonder plan of doel maar wat bezig zijn

aanklooien

werkwoord ˈaŋklojə(n)

Betekenis

  1. rommelen, rotzooien, zonder plan of doel maar wat bezig zijn

Hoe spreek je aanklooien uit?

/ˈaŋklojən/

Aanklooien bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈaŋklojən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
ŋ ding
k kat
l land
o boot
j ja
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanklooien

aanklooienhele werkwoord — klooide aanverleden tijd enkelvoud — klooiden aanverleden tijd meervoud — aangeklooidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik klooi aan klooide aan
jij klooit aan klooide aan
hij, zij, het klooit aan klooide aan
wij klooien aan klooiden aan
jullie klooien aan klooiden aan
zij klooien aan klooiden aan
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
aan te klooien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen klooien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal klooien bijzin, toekomende tijd
aan zou klooien bijzin, voorwaardelijk
aan zouden klooien bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt klooien bijzin, voorwaardelijk
aan zullen klooien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen klooien bijzin, toekomende tijd
aan zult klooien bijzin, toekomende tijd
aangeklooid verleden tijd, deelwoord
aangeklooid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeklooid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanklooi bijzin, tegenwoordige tijd
aanklooide bijzin, verleden tijd
aanklooiden bijzin, verleden tijd
aanklooiend onvoltooid, deelwoord
aanklooit bijzin, tegenwoordige tijd
ev. gebiedende wijs
had aangeklooid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangeklooid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangeklooid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangeklooid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangeklooid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangeklooid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangeklooid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangeklooid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeklooid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangeklooid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeklooid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangeklooid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangeklooid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeklooid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeklooid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
klooi aan gebiedende wijs
klooide aan verleden tijd
te hebben aangeklooid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanklooien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal aangeklooid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeklooid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangeklooid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanklooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanklooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanklooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanklooien bijzin, toekomende tijd
zou aangeklooid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeklooid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeklooid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanklooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanklooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanklooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanklooien bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanklooien aan zou(dt) klooien bijzin, voorwaardelijk
zouden aangeklooid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangeklooid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangeklooid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanklooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanklooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanklooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanklooien bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangeklooid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanklooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanklooien bijzin, voorwaardelijk
zullen aangeklooid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangeklooid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangeklooid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanklooien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanklooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanklooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanklooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanklooien bijzin, toekomende tijd
zult aangeklooid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aanklooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult aanklooien bijzin, toekomende tijd
zult/zal aanklooien aan zult/zal klooien bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van aan bw en klooien ww

Woordfamilie van aanklooien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangeklooid voltooid deelwoord aanklooien
aanklooi subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanklooien
aanklooide subordinate-clause, verleden tijd aanklooien
aanklooiden subordinate-clause, verleden tijd aanklooien
aanklooie with-subordinate-clause aanklooien
aanklooiend onvoltooid deelwoord aanklooien
aanklooiende woordvorm aanklooien
aanklooit subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanklooien
klooi aan gebiedende wijs aanklooien
klooide aan verleden tijd aanklooien
klooiden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanklooien
klooie aan woordvorm aanklooien
klooien aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanklooien
klooit aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanklooien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanklooien zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over aanklooien

Hoe spreek ik aanklooien uit?
Zo spreek je aanklooien uit: /ˈaŋklojə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanklooien?
Aanklooien is een werkwoord. De betekenis is: rommelen, rotzooien, zonder plan of doel maar wat bezig zijn.
Hoe vervoeg ik aanklooien?
Zo vervoeg je aanklooien zo: het voltooid deelwoord is aangeklooid. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanklooien is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. L 3
  6. O 1
  7. O 1
  8. I 1
  9. E 1
  10. N 1
  11. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanklooien levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. L 3
  6. O 1
  7. O 1
  8. I 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 15 zonder bonus
  12. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanklooien in het kort

aanklooien staat in dit woordenboek als werkwoord. Van aanklooien staan er 45 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanklooien bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanklooien: rommelen, rotzooien, zonder plan of doel maar wat bezig zijn
Deel aanklooien — standaardnederlands.nl