aanklikken
werkwoord ˈaŋklɪkə(n)Betekenis
- iets met een klik-geluid (van bijvoorbeeld de drukknop van een computermuis) aanraken
- een apparaat aanzetten door het met een klikgeluid omzetten van een schakelaar
- met een klik-geluid aanspringen
Hoe spreek je aanklikken uit?
/ˈaŋklɪkən/
Aanklikken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| l | land |
| ɪ | pit |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aanklikken
aanklikkenhele werkwoord — klikte aanverleden tijd enkelvoud — klikten aanverleden tijd meervoud — aangekliktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | klik aan | klikte aan |
| jij | klikt aan | klikte aan |
| hij, zij, het | klikt aan | klikte aan |
| wij | klikken aan | klikten aan |
| jullie | klikken aan | klikten aan |
| zij | klikken aan | klikten aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te klikken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen klikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal klikken | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou klikken | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden klikken | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt klikken | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen klikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen klikken | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult klikken | bijzin, toekomende tijd |
| aangeklikt | verleden tijd, deelwoord |
| aangeklikt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangeklikt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangeklikt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeklikt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeklikt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeklikt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangeklikt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangeklikt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangeklikt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangeklikt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanklik | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanklikkend | onvoltooid, deelwoord |
| aanklikt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanklikte | bijzin, verleden tijd |
| aanklikten | bijzin, verleden tijd |
| ben aangeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangeklikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangeklikt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangeklikt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangeklikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangeklikt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangeklikt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangeklikt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangeklikt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangeklikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangeklikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangeklikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangeklikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangeklikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangeklikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangeklikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeklikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| klik aan | gebiedende wijs |
| klikte aan | verleden tijd |
| te hebben aangeklikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanklikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangeklikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangeklikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangeklikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangeklikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangeklikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangeklikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangeklikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangeklikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangeklikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangeklikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangeklikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangeklikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangeklikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangeklikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangeklikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangeklikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangeklikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangeklikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangeklikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangeklikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangeklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangeklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangeklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangeklikt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeklikt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanklikken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangeklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangeklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangeklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangeklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeklikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeklikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeklikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanklikken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanklikken aan zou(dt) klikken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangeklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangeklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangeklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangeklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangeklikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeklikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeklikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanklikken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangeklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangeklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangeklikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanklikken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangeklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangeklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangeklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangeklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangeklikt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeklikt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeklikt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanklikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanklikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanklikken | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangeklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en klikken ww
Woordfamilie van aanklikken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangeklikt | voltooid deelwoord | aanklikken |
| aangeklikte | woordvorm | aanklikken |
| aanklik | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanklikken |
| aanklikke | with-subordinate-clause | aanklikken |
| aanklikkend | onvoltooid deelwoord | aanklikken |
| aanklikkende | woordvorm | aanklikken |
| aanklikt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanklikken |
| aanklikte | subordinate-clause, verleden tijd | aanklikken |
| aanklikten | subordinate-clause, verleden tijd | aanklikken |
| klik aan | gebiedende wijs | aanklikken |
| klikke aan | woordvorm | aanklikken |
| klikken aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanklikken |
| klikt aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanklikken |
| klikte aan | verleden tijd | aanklikken |
| klikten aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanklikken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanklikken zijn vastgelegd.