hofhouding
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het geheel van personen waarmee een hoge wereldlijke of geestelijke machthebber zich omringt
- de hele huishouding van een hof
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hofhoudingen | meervoud |
| hofhoudinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hofhoudinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordfamilie van hofhouding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hofhoudingen | meervoud | hofhouding |
| hofhoudinkje | verkleinwoord | hofhouding |
| hofhoudinkjes | verkleinwoord meervoud | hofhouding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hofhouding zijn vastgelegd.