aanhankelijk
bijvoeglijk naamwoord anˈhɑŋkələkBetekenis
- trouw, toegenegen
- niet zelfstandig
Hoe spreek je aanhankelijk uit?
/anˈhɑŋkələk/
Aanhankelijk bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aanhankelijke | verbogen, stellende trap |
| aanhankelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| aanhankelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| aanhankelijkers | partitief, vergrotende trap |
| aanhankelijks | partitief, stellende trap |
| aanhankelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| aanhankelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van aanhangen met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van aanhankelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanhankelijke | verbogen vorm | aanhankelijk |
| aanhankelijker | vergrotende trap | aanhankelijk |
| aanhankelijkere | verbogen vergrotende trap | aanhankelijk |
| aanhankelijkers | partitieve vergrotende trap | aanhankelijk |
| aanhankelijks | partitive, positive | aanhankelijk |
| aanhankelijkst | uninflected, superlative | aanhankelijk |
| aanhankelijkste | inflected, superlative | aanhankelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanhankelijk zijn vastgelegd.