Naar de inhoud

zwendelen

oneerlijk zijn, bedriegen, oplichten, frauderen

zwendelen

werkwoord

Betekenis

  1. oneerlijk zijn, bedriegen, oplichten, frauderen

Vervoeging van zwendelen

zwendelenhele werkwoord — zwendeldeverleden tijd enkelvoud — zwendeldenverleden tijd meervoud — gezwendeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zwendel zwendelde
jij zwendelt zwendelde
hij, zij, het zwendelt zwendelde
wij zwendelen zwendelden
jullie zwendelen zwendelden
zij zwendelen zwendelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gezwendeld verleden tijd, deelwoord
gezwendeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezwendeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezwendeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezwendeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezwendeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezwendeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezwendeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezwendeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezwendeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezwendeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezwendeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezwendeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezwendeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezwendeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezwendeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezwendeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezwendeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezwendeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zwendelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
te zwendelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
zal gezwendeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezwendeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezwendeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zwendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zwendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zwendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gezwendeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezwendeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezwendeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zwendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zwendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zwendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezwendeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezwendeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezwendeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zwendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zwendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zwendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezwendeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zwendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezwendeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezwendeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezwendeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zwendelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zwendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zwendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zwendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezwendeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zwendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zwendel gebiedende wijs
zwendelde verleden tijd
zwendele aanvoegende wijs
zwendelend onvoltooid, deelwoord

Herkomst

In de betekenis van ‘oplichten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1775

Woordfamilie van zwendelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezwendeld voltooid deelwoord zwendelen
zwendelde verleden tijd zwendelen
zwendelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zwendelen
zwendele aanvoegende wijs zwendelen
zwendelend onvoltooid deelwoord zwendelen
zwendelende woordvorm zwendelen
zwendelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zwendelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwendelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over zwendelen

Wat betekent zwendelen?
Zwendelen is een werkwoord. Het woord betekent: oneerlijk zijn, bedriegen, oplichten, frauderen.
Hoe vervoeg je zwendelen?
Je vervoegt zwendelen als volgt: de tegenwoordige tijd is zwendel, de verleden tijd is zwendelde en het voltooid deelwoord is gezwendeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zwendelen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. W 5
  3. E 1
  4. N 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zwendelen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. W 5
  3. E 1
  4. N 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zwendelen in het kort

zwendelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van zwendelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort zwendelen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

zwendelen: oneerlijk zijn, bedriegen, oplichten, frauderen
Deel zwendelen — standaardnederlands.nl