Naar de inhoud

oplichten

van de bodem opheffen

oplichten

werkwoord ˈɔplɪxtə(n)

Betekenis

  1. van de bodem opheffen
  2. met bedrog iemand geld afhandig maken
  3. helder worden, meer licht gaan geven
  4. gaan glinsteren van plezier

Hoe spreek je oplichten uit?

/ˈɔplɪxtən/

Oplichten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔplɪxtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
l land
ɪ pit
x acht
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van oplichten

oplichtenhele werkwoord — lichtte opverleden tijd enkelvoud — lichtten opverleden tijd meervoud — opgelichtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik licht op lichtte op
jij licht op lichtte op
hij, zij, het licht op lichtte op
wij lichten op lichtten op
jullie lichten op lichtten op
zij lichten op lichtten op
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgelicht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgelicht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgelicht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgelicht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgelicht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgelicht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgelicht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgelicht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgelicht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgelicht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgelicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgelicht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgelicht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgelicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgelicht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgelicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgelicht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgelicht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgelicht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgelicht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgelicht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgelicht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
licht op gebiedende wijs
lichtte op verleden tijd
op te lichten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen lichten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal lichten bijzin, toekomende tijd
op zou lichten bijzin, voorwaardelijk
op zouden lichten bijzin, voorwaardelijk
op zoudt lichten bijzin, voorwaardelijk
op zullen lichten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen lichten bijzin, toekomende tijd
op zult lichten bijzin, toekomende tijd
opgelicht verleden tijd, deelwoord
opgelicht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgelicht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgelicht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgelicht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgelicht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgelicht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgelicht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgelicht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgelicht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgelicht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
oplicht bijzin, tegenwoordige tijd
oplichtend onvoltooid, deelwoord
oplichtte bijzin, verleden tijd
oplichtten bijzin, verleden tijd
te hebben opgelicht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen oplichten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgelicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgelicht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgelicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgelicht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgelicht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgelicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgelicht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgelicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgelicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgelicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgelicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgelicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgelicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgelicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgelicht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgelicht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgelicht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgelicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgelicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgelicht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgelicht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal oplichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal oplichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal oplichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal oplichten bijzin, toekomende tijd
zijn opgelicht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgelicht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgelicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou oplichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou oplichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou oplichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou oplichten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) oplichten op zou(dt) lichten bijzin, voorwaardelijk
zouden opgelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden oplichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden oplichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden oplichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden oplichten bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgelicht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgelicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgelicht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt oplichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt oplichten bijzin, voorwaardelijk
zullen opgelicht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgelicht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgelicht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgelicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgelicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgelicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgelicht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgelicht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgelicht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen oplichten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen oplichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen oplichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen oplichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen oplichten bijzin, toekomende tijd
zult opgelicht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult opgelicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op bw en lichten ww

Woordfamilie van oplichten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
licht op gebiedende wijs oplichten
lichte op woordvorm oplichten
lichten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon oplichten
lichtte op verleden tijd oplichten
lichtten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon oplichten
opgelicht voltooid deelwoord oplichten
opgelichte woordvorm oplichten
oplicht subordinate-clause, tegenwoordige tijd oplichten
oplichte with-subordinate-clause oplichten
oplichtend onvoltooid deelwoord oplichten
oplichtende woordvorm oplichten
oplichtte subordinate-clause, verleden tijd oplichten
oplichtten subordinate-clause, verleden tijd oplichten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oplichten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over oplichten

Hoe spreek ik oplichten uit?
Zo spreek je oplichten uit: /ˈɔplɪxtə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van oplichten?
Oplichten is een werkwoord. De betekenis is: van de bodem opheffen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik oplichten?
Zo vervoeg je oplichten zo: het voltooid deelwoord is opgelicht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord oplichten is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. L 3
  4. I 1
  5. C 5
  6. H 4
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

oplichten levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. L 3
  4. I 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 23 zonder bonus
  11. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

oplichten in het kort

oplichten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van oplichten staan er 86 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort oplichten bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

oplichten: van de bodem opheffen
Deel oplichten — standaardnederlands.nl