zwemmen
werkwoord ˈzwɛmə(n)Betekenis
- zich gecoördineerd door het water voortbewegen
- zwemmend ergens heen gaan
Hoe spreek je zwemmen uit?
/ˈzwɛmən/
Zwemmen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van zwemmen
zwemmenhele werkwoord — zwomverleden tijd enkelvoud — zwommenverleden tijd meervoud — gezwommenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zwem | zwom |
| jij | zwemt | zwom |
| hij, zij, het | zwemt | zwom |
| wij | zwemmen | zwommen |
| jullie | zwemmen | zwommen |
| zij | zwemmen | zwommen |
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gezwommen | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was gezwommen | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd gezwommen | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt gezwommen | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gezwommen worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gezwommen zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou gezwommen worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou gezwommen zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gezwommen | verleden tijd, deelwoord |
| gezwommen te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezwommen zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hebben gezwommen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| te hebben/zijn gezwommen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zwemmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| te zwemmen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| zal zwemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zwemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zwemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gezwommen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zou zwemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zwemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zwemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden zwemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zwemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zwemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt zwemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen zwemmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zwemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zwemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zwemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult zwemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zwem | gebiedende wijs |
| zwemme | aanvoegende wijs |
| zwemmend | onvoltooid, deelwoord |
| zwom | verleden tijd |
Herkomst
In de betekenis van ‘drijven, zich drijvend houden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van zwemmen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezwommen | voltooid deelwoord | zwemmen |
| zwem | gebiedende wijs | zwemmen |
| zwemme | aanvoegende wijs | zwemmen |
| zwemmend | onvoltooid deelwoord | zwemmen |
| zwemmende | woordvorm | zwemmen |
| zwemt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | zwemmen |
| zwom | verleden tijd | zwemmen |
| zwommen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zwemmen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwemmen zijn vastgelegd.