Naar de inhoud

beklemmen

vasthouden in een klem

beklemmen

werkwoord /bə'klɛmə(n)/

Betekenis

  1. vasthouden in een klem
  2. een bedrukt gevoel geven
  3. iemand onder beklemrecht brengen

Hoe spreek je beklemmen uit?

/bəˈklɛmən/

Beklemmen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈklɛmən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
k kat
l land
ɛ bed
m maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van beklemmen

beklemmenhele werkwoord — beklemdeverleden tijd enkelvoud — beklemdenverleden tijd meervoud — beklemdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beklem beklemde
jij beklemt beklemde
hij, zij, het beklemt beklemde
wij beklemmen beklemden
jullie beklemmen beklemden
zij beklemmen beklemden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
beklem gebiedende wijs
beklemd verleden tijd, deelwoord
beklemd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beklemd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beklemd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beklemd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beklemd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beklemd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beklemd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beklemd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beklemd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beklemd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beklemde verleden tijd
beklemme aanvoegende wijs
beklemmend onvoltooid, deelwoord
ben beklemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent beklemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is beklemd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beklemd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beklemd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beklemd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beklemd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beklemd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beklemd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beklemd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had beklemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beklemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beklemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beklemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beklemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beklemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beklemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beklemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beklemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beklemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beklemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beklemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beklemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beklemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beklemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is beklemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is beklemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beklemmen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben beklemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beklemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart beklemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beklemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren beklemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beklemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was beklemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was beklemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was beklemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd beklemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd beklemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd beklemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden beklemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden beklemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden beklemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt beklemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word beklemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden beklemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden beklemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden beklemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt beklemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt beklemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beklemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beklemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beklemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beklemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beklemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal beklemd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beklemd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beklemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beklemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beklemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn beklemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn beklemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn beklemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt beklemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beklemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beklemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beklemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beklemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beklemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou beklemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beklemd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beklemd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beklemd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beklemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beklemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beklemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden beklemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beklemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beklemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beklemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beklemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beklemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beklemd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beklemd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beklemd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beklemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beklemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beklemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt beklemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beklemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beklemd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beklemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen beklemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beklemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beklemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beklemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beklemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beklemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beklemd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beklemd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beklemd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beklemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beklemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beklemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beklemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult beklemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beklemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beklemd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beklemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van klemmen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van beklemmen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beklem gebiedende wijs beklemmen
beklemden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beklemmen
beklemme aanvoegende wijs beklemmen
beklemt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beklemmen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beklemmen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over beklemmen

Hoe spreek ik beklemmen uit?
Zo spreek je beklemmen uit: /bə'klɛmə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van beklemmen?
Beklemmen is een werkwoord. De betekenis is: vasthouden in een klem. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik beklemmen?
Zo vervoeg je beklemmen zo: de tegenwoordige tijd is beklem, de verleden tijd is beklemde en het voltooid deelwoord is beklemd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op beklemmen?

In dit woordenboek rijmen 7 woorden op -emmen op beklemmen, zoals zwemmen, remmen en backgammon. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op beklemmen, uitspraak bəˈklɛmən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
zwemmen 2
remmen 2
backgammon 3
jammen 2
aansluitklemmen 4
discozwemmen 4
fluisterstemmen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beklemmen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. K 3
  4. L 3
  5. E 1
  6. M 3
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beklemmen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. K 3
  4. L 3
  5. E 1
  6. M 3
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beklemmen in het kort

beklemmen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van beklemmen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort beklemmen bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

beklemmen: vasthouden in een klem
Deel beklemmen — standaardnederlands.nl