zuipen
werkwoord ˈzœypə(n)Betekenis
- zwaar of gulzig drinken
- in sterke mate olie of benzine verbruiken
Hoe spreek je zuipen uit?
/ˈzœypən/
Zuipen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| œy | huis |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van zuipen
zuipenhele werkwoord — zoopverleden tijd enkelvoud — zopenverleden tijd meervoud — gezopenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zuip | zoop |
| jij | zuipt | zoop |
| hij, zij, het | zuipt | zoop |
| wij | zuipen | zopen |
| jullie | zuipen | zopen |
| zij | zuipen | zopen |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gezopen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gezopen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gezopen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gezopen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gezopen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gezopen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gezopen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gezopen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gezopen | verleden tijd, deelwoord |
| gezopen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezopen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gezopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gezopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gezopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gezopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gezopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gezopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gezopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gezopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezopen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gezopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gezopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gezopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gezopen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zuipen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zuipen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gezopen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezopen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gezopen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zuipen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zuipen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zuipen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zoop | verleden tijd |
| zou gezopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zuipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zuipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zuipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gezopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zuipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zuipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zuipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gezopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zuipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zuip | gebiedende wijs |
| zuipe | aanvoegende wijs |
| zuipend | onvoltooid, deelwoord |
| zullen gezopen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezopen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezopen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zuipen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zuipen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zuipen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zuipen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gezopen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zuipen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘(onmatig) drinken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van zuipen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezopen | voltooid deelwoord | zuipen |
| zoop | verleden tijd | zuipen |
| zoopt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | zuipen |
| zopen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zuipen |
| zuip | gebiedende wijs | zuipen |
| zuipe | aanvoegende wijs | zuipen |
| zuipend | onvoltooid deelwoord | zuipen |
| zuipende | woordvorm | zuipen |
| zuipt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | zuipen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zuipen zijn vastgelegd.