zitting
zelfstandig naamwoord /zɪtɪŋ/Betekenis
- het gevoerde deel van een stoel waarop men zit
- de tijd dat een raad of ander lichaam werkzaam bijeen is
- ~ nemen in ergens toe toetreden
- Een afdichtvlak in een klep of kraan, klepzitting
Hoe spreek je zitting uit?
/zɪtɪŋ/
Zitting bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ŋ | ding |
zelfstandig naamwoord
- de duur van het als model poseren voor een kunstenaar of een fotograaf
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zittingen | meervoud |
| zittinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zittinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van zitten met het achtervoegsel -ing.
Woordfamilie van zitting
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zittingen | meervoud | zitting |
| zittinkje | verkleinwoord | zitting |
| zittinkjes | verkleinwoord meervoud | zitting |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zitting zijn vastgelegd.