zittingsperiode
zelfstandig naamwoordBetekenis
- tijd dat iets of iemand een bepaalde functie vervult
- tijd dat een vergadering, college of raad bij elkaar komt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zittingsperioden | meervoud |
| zittingsperiodes | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zitting zn en periode zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van zittingsperiode
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zittingsperioden | meervoud | zittingsperiode |
| zittingsperiodes | meervoud | zittingsperiode |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zittingsperiode zijn vastgelegd.