Naar de inhoud

zijpelen

een proces waarbij een vloeistof zich door de kieren en poriën van een vaste massa heen begeeft

zijpelen

werkwoord

Betekenis

  1. een proces waarbij een vloeistof zich door de kieren en poriën van een vaste massa heen begeeft

Vervoeging van zijpelen

zijpelenhele werkwoord — zijpeldeverleden tijd enkelvoud — zijpeldenverleden tijd meervoud — gezijpeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zijpel zijpelde
jij zijpelt zijpelde
hij, zij, het zijpelt zijpelde
wij zijpelen zijpelden
jullie zijpelen zijpelden
zij zijpelen zijpelden
Alle 57 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben gezijpeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gezijpeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
gezijpeld verleden tijd, deelwoord
gezijpeld te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezijpeld zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gezijpeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gezijpeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sijpelen
te zijn gezijpeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijpelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zijpelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gezijpeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezijpeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gezijpeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezijpeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gezijpeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gezijpeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gezijpeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal gezijpeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezijpeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezijpeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zijpelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zijpelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zijpelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gezijpeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gezijpeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gezijpeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gezijpeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijpel gebiedende wijs
zijpelde verleden tijd
zijpele aanvoegende wijs
zijpelend onvoltooid, deelwoord
zijt gezijpeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gezijpeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezijpeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezijpeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zijpelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zijpelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zijpelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezijpeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezijpeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezijpeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zijpelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zijpelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zijpelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezijpeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zijpelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezijpeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezijpeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezijpeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zijpelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zijpelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zijpelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zijpelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezijpeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zijpelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

frequentatief gevormd uit zijpen of sijpen met het achtervoegsel -el

Woordfamilie van zijpelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezijpeld voltooid deelwoord zijpelen
gezijpelde woordvorm zijpelen
zijpel gebiedende wijs zijpelen
zijpelde verleden tijd zijpelen
zijpelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zijpelen
zijpele aanvoegende wijs zijpelen
zijpelend onvoltooid deelwoord zijpelen
zijpelende woordvorm zijpelen
zijpelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zijpelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zijpelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over zijpelen

Wat is de betekenis van zijpelen?
Zijpelen is een werkwoord. De betekenis is: een proces waarbij een vloeistof zich door de kieren en poriën van een vaste massa heen begeeft.
Hoe vervoeg ik zijpelen?
Zo vervoeg je zijpelen zo: de tegenwoordige tijd is zijpel, de verleden tijd is zijpelde en het voltooid deelwoord is gezijpeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zijpelen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. I 1
  3. J 4
  4. P 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zijpelen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. I 2
  3. J 4
  4. P 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 21 zonder bonus
  10. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zijpelen in het kort

zijpelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van zijpelen staan er 34 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zijpelen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zijpelen: een proces waarbij een vloeistof zich door de kieren en poriën van een vaste massa heen begeeft
Deel zijpelen — standaardnederlands.nl