Naar de inhoud

zenden

sturen

zenden

werkwoord ˈzɛndə(n)

Betekenis

  1. sturen

Hoe spreek je zenden uit?

/ˈzɛndən/

Zenden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈzɛndən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
z zon
ɛ bed
n nek
d dak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van zenden

zendenhele werkwoord — zondverleden tijd enkelvoud — zondenverleden tijd meervoud — gezondenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zend zond
jij zendt zond
hij, zij, het zendt zond
wij zenden zonden
jullie zenden zonden
zij zenden zonden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gezonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gezonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gezonden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gezonden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gezonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gezonden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gezonden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gezonden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gezonden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gezonden verleden tijd, deelwoord
gezonden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezonden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezonden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezonden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezonden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezonden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezonden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezonden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezonden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezonden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gezonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zenden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zenden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gezonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gezonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gezonden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezonden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gezonden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezonden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zenden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zenden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zenden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zend gebiedende wijs
zende aanvoegende wijs
zendend onvoltooid, deelwoord
zijn gezonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gezonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zond verleden tijd
zou gezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zenden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zenden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zenden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zenden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zenden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zenden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zenden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezonden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezonden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezonden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezonden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezonden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zenden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zenden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zenden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zenden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gezonden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zenden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘sturen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Woordfamilie van zenden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezonden voltooid deelwoord zenden
zend gebiedende wijs zenden
zende aanvoegende wijs zenden
zendend onvoltooid deelwoord zenden
zendende woordvorm zenden
zendt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zenden
zond verleden tijd zenden
zondt aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon zenden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zenden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over zenden

Hoe spreek ik zenden uit?
Zo spreek je zenden uit: /ˈzɛndə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van zenden?
Zenden is een werkwoord. De betekenis is: sturen.
Hoe vervoeg ik zenden?
Zo vervoeg je zenden zo: de tegenwoordige tijd is zend, de verleden tijd is zond en het voltooid deelwoord is gezonden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op zenden?

In dit woordenboek rijmen 7 woorden op -enden op zenden, zoals aandeelhoudersdividenden, enden en gangsterbenden. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op zenden, uitspraak ˈzɛndən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
aandeelhoudersdividenden 8
enden 2
gangsterbenden 4
kenden 2
legerbenden 4
mensensmokkelaarsbenden 7
renden 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zenden is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. E 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zenden levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. E 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zenden telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zenden in het kort

zenden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van zenden staan er 76 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zenden bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zenden: sturen
Deel zenden — standaardnederlands.nl