zender
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- toestel dat elektromagnetische golven uitstraalt
- bedrijf dat een zender 1 gebruikt om radio- of televisieprogramma's om te roepen
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die iets zendt, verstuurt of doet toekomen
- bedrijf dat een zender [2] gebruikt om radio- of televisieprogramma's om te roepen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zenders | meervoud |
| zendertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zendertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zenderen
- gebiedende wijs van zenderen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zenderen
Vervoeging van zender
zenderhele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van zenden met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van zender
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zenders | meervoud | zender |
| zendertje | verkleinwoord | zender |
| zendertjes | verkleinwoord meervoud | zender |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zender zijn vastgelegd.