Naar de inhoud

zadelen

een zadel plaatsen op een rijdier

zadelen

werkwoord

Betekenis

  1. een zadel plaatsen op een rijdier

Vervoeging van zadelen

zadelenhele werkwoord — zadeldeverleden tijd enkelvoud — zadeldenverleden tijd meervoud — gezadeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zadel zadelde
jij zadelt zadelde
hij, zij, het zadelt zadelde
wij zadelen zadelden
jullie zadelen zadelden
zij zadelen zadelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gezadeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gezadeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gezadeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gezadeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gezadeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gezadeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gezadeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gezadeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gezadeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gezadeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gezadeld verleden tijd, deelwoord
gezadeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezadeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezadeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezadeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezadeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezadeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezadeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezadeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezadeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezadeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezadeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezadeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezadeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezadeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezadeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezadeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezadeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezadeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezadeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezadeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezadeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezadeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezadeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezadeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezadeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gezadeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gezadeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezadeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zadelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zadelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gezadeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezadeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gezadeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezadeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gezadeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gezadeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gezadeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gezadeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gezadeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gezadeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gezadeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gezadeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gezadeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gezadeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gezadeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gezadeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gezadeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gezadeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gezadeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gezadeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zadel gebiedende wijs
zadelde verleden tijd
zadele aanvoegende wijs
zadelend onvoltooid, deelwoord
zal gezadeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezadeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezadeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gezadeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezadeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gezadeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezadeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zadelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zadelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zadelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gezadeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gezadeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gezadeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gezadeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gezadeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezadeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezadeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gezadeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezadeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gezadeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezadeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezadeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezadeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zadelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zadelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zadelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezadeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezadeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezadeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezadeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gezadeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gezadeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezadeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezadeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezadeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zadelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zadelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zadelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezadeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gezadeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gezadeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zadelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezadeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezadeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezadeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezadeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gezadeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gezadeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezadeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezadeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezadeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zadelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zadelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zadelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zadelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezadeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gezadeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gezadeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zadelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van zadel met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van zadelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezadeld voltooid deelwoord zadelen
gezadelde woordvorm zadelen
zadelde verleden tijd zadelen
zadelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zadelen
zadele aanvoegende wijs zadelen
zadelend onvoltooid deelwoord zadelen
zadelende woordvorm zadelen
zadelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zadelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zadelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over zadelen

Wat is de betekenis van zadelen?
Zadelen is een werkwoord. De betekenis is: een zadel plaatsen op een rijdier.
Hoe vervoeg ik zadelen?
Zo vervoeg je zadelen zo: de tegenwoordige tijd is zadel, de verleden tijd is zadelde en het voltooid deelwoord is gezadeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zadelen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. A 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zadelen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 112 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. A 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 112 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

zadelen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zadelen in het kort

zadelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van zadelen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zadelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zadelen: een zadel plaatsen op een rijdier
Deel zadelen — standaardnederlands.nl