zadeldek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een meest katoenen dek dat op de rug van een paard gelegd wordt om er een zadel overheen te leggen
- een hoes die over het zadel van een rijwiel gedaan wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zadeldekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zadeldekjes | verkleinwoord, meervoud |
| zadeldekken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zadel en dek
Woordfamilie van zadeldek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zadeldekje | verkleinwoord | zadeldek |
| zadeldekjes | verkleinwoord meervoud | zadeldek |
| zadeldekken | meervoud | zadeldek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zadeldek zijn vastgelegd.