Naar de inhoud

wreken

iemand straffen om het onrecht dat hij of zij je heeft aangedaan

wreken

werkwoord

Betekenis

  1. iemand straffen om het onrecht dat hij of zij je heeft aangedaan

werkwoord

  1. een bepaald soort onrecht vergelden door zelf iets vergelijkbaars te doen transitive
  2. zich ~ persoonlijk ongedaan onrecht vergelden reflexive

Vervoeging van wreken

wrekenhele werkwoord — wreekteverleden tijd enkelvoud — wreektenverleden tijd meervoud — gewrokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wreek wreekte
jij wreekt wreekte
hij, zij, het wreekt wreekte
wij wreken wreekten
jullie wreken wreekten
zij wreken wreekten
Alle 161 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
(wrook of wrak) verleden tijd
- impersonal, passief
ben gewroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gewroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gewroken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gewroken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gewroken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gewroken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gewroken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewroken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gewroken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewroken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewroken verleden tijd, deelwoord
gewroken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewroken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewroken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewroken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewroken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewroken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewroken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewroken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewroken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewroken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewroken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gewroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gewroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewroken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te wreken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wreken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gewroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gewroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gewroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gewroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gewroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gewroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gewroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gewroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gewroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gewroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gewroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gewroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gewroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gewroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gewroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gewroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gewroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gewroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
wreek gebiedende wijs
wreek me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
wreek u/je , wreekt je gebiedende wijs
wreekt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
wreekt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
wreekt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
wreekt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
wreekt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
wreekt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
wreekte verleden tijd
wreekte je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
wreekte me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
wreekte u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
wreekte u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
wreekte zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
wreekte zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
wreekte zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
wreekten je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
wreekten ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
wreekten zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
wreke aanvoegende wijs
wreke zich aanvoegende wijs
wreken je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
wreken ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
wreken zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
wrekend onvoltooid, deelwoord
zal gewroken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewroken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewroken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gewroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gewroken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewroken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me wreken eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal wreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich wreken derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je wreken tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich gewroken hebben verleden tijd
zich wrekend onvoltooid, deelwoord
zijn gewroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gewroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gewroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gewroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gewroken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewroken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewroken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gewroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gewroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewroken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewroken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewroken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewroken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewroken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewroken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gewroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gewroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewroken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewroken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewroken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewroken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewroken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewroken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewroken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewroken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘vergelden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236, hoewel al in een iets oudere tekst de afleiding giwrekan is aangetroffen. Zie ook wraken ww . Sommige etymologen stellen dat werpen ww dezelfde wortel in het PIE heeft.

Woordfamilie van wreken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewroken voltooid deelwoord wreken
wreek gebiedende wijs wreken
wreekt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wreken
wreekte verleden tijd wreken
wreekten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wreken
wreke aanvoegende wijs wreken
wrekend onvoltooid deelwoord wreken
wrekende woordvorm wreken
wrook woordvorm wreken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wreken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over wreken

Wat betekent wreken?
Wreken is een werkwoord. Het woord betekent: iemand straffen om het onrecht dat hij of zij je heeft aangedaan. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je wreken?
Je vervoegt wreken als volgt: de tegenwoordige tijd is wreek, de verleden tijd is wreekte en het voltooid deelwoord is gewroken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wreken is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. R 2
  3. E 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wreken levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. R 2
  3. E 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wreken telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

wreken in het kort

wreken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van wreken zijn 104 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort wreken bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

wreken: iemand straffen om het onrecht dat hij of zij je heeft aangedaan
Deel wreken — standaardnederlands.nl