wiskundeleraar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een leraar die les geeft in het schoolvak waarin rekenen, wiskunde en algebra wordt behandeld.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wiskundeleraars | meervoud |
| wiskundeleraartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wiskundeleraartjes | verkleinwoord, meervoud |
| wiskundeleraren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van wiskunde en leraar
Woordfamilie van wiskundeleraar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wiskundeleraars | meervoud | wiskundeleraar |
| wiskundeleraartje | verkleinwoord | wiskundeleraar |
| wiskundeleraartjes | verkleinwoord meervoud | wiskundeleraar |
| wiskundeleraren | meervoud | wiskundeleraar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wiskundeleraar zijn vastgelegd.