scheikundeleraar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een leraar die les geeft in het schoolvak waarin de chemie wordt behandeld.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scheikundeleraars | meervoud |
| scheikundeleraartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| scheikundeleraartjes | verkleinwoord, meervoud |
| scheikundeleraren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van scheikunde en leraar
Woordfamilie van scheikundeleraar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scheikundeleraars | meervoud | scheikundeleraar |
| scheikundeleraartje | verkleinwoord | scheikundeleraar |
| scheikundeleraartjes | verkleinwoord meervoud | scheikundeleraar |
| scheikundeleraren | meervoud | scheikundeleraar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scheikundeleraar zijn vastgelegd.