aardrijkskundeleraar
zelfstandig naamwoord ˈardrɛɪkskʏndəlerarBetekenis
- een leraar die les geeft in het schoolvak waarin de aarde en het aardoppervlak wordt behandeld.
Hoe spreek je aardrijkskundeleraar uit?
/ˈardrɛikskʏndəlerar/
Aardrijkskundeleraar bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| r | rood |
| d | dak |
| ɛi | trein |
| k | kat |
| s | sok |
| ʏ | put |
| n | nek |
| ə | de |
| l | land |
| e | veel |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aardrijkskundeleraars, aardrijkskundeleraren | meervoud |
| aardrijkskundeleraartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aardrijkskundeleraartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van aardrijkskunde en leraar
Woordfamilie van aardrijkskundeleraar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aardrijkskundeleraars | meervoud | aardrijkskundeleraar |
| aardrijkskundeleraartje | verkleinwoord | aardrijkskundeleraar |
| aardrijkskundeleraartjes | verkleinwoord meervoud | aardrijkskundeleraar |
| aardrijkskundeleraren | meervoud | aardrijkskundeleraar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aardrijkskundeleraar zijn vastgelegd.