winst
zelfstandig naamwoord /ʋɪnst/Betekenis
- het verschil tussen de verkoopsprijs en alle kosten die men heeft gemaakt
Hoe spreek je winst uit?
/wɪnst/
Winst bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| winsten | meervoud |
| winstje | verkleinwoord, enkelvoud |
| winstjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘voordeel’ voor het eerst aangetroffen in 1569
Woordfamilie van winst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| winsten | meervoud | winst |
| winstje | verkleinwoord | winst |
| winstjes | verkleinwoord meervoud | winst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van winst zijn vastgelegd.