winstaandeel
zelfstandig naamwoord ˈwɪnstandelBetekenis
- het bedrag van de ondernemerswinst dat in een jaar wordt uitgekeerd aan een aandeelhouder
Hoe spreek je winstaandeel uit?
/ˈwɪnstandel/
Winstaandeel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| a | maan |
| d | dak |
| e | veel |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| winstaandeeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| winstaandeeltjes | verkleinwoord, meervoud |
| winstaandelen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van winst zn en aandeel zn
Woordfamilie van winstaandeel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| winstaandeeltje | verkleinwoord | winstaandeel |
| winstaandeeltjes | verkleinwoord meervoud | winstaandeel |
| winstaandelen | meervoud | winstaandeel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van winstaandeel zijn vastgelegd.