Naar de inhoud

wielrennen

hardrijden op de fiets.

wielrennen

werkwoord ˈwilrɛnə(n)

Betekenis

  1. hardrijden op de fiets.

Hoe spreek je wielrennen uit?

/ˈwilrɛnən/

Wielrennen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwilrɛnən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
i riet
l land
r rood
ɛ bed
n nek
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van wielrennen

wielrennenhele werkwoord — wielrendeverleden tijd enkelvoud — wielrendenverleden tijd meervoud — gewielrendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wielren wielrende
jij wielrent wielrende
hij, zij, het wielrent wielrende
wij wielrennen wielrenden
jullie wielrennen wielrenden
zij wielrennen wielrenden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gewielrend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gewielrend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gewielrend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gewielrend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gewielrend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewielrend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gewielrend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewielrend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewielrend verleden tijd, deelwoord
gewielrend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewielrend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewielrend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewielrend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewielrend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewielrend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewielrend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewielrend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewielrend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewielrend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewielrend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewielrend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewielrend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewielrend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewielrend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewielrend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewielrend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewielrend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te wielrennen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wielrennen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
wielren gebiedende wijs
wielrende verleden tijd
wielrenne aanvoegende wijs
wielrennend onvoltooid, deelwoord
zal gewielrend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewielrend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewielrend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wielrennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wielrennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wielrennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gewielrend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewielrend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewielrend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wielrennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wielrennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wielrennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewielrend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewielrend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewielrend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wielrennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wielrennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wielrennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewielrend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wielrennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewielrend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewielrend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewielrend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wielrennen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wielrennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wielrennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wielrennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewielrend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wielrennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van wiel zn en rennen ww

Woordfamilie van wielrennen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewielrend voltooid deelwoord wielrennen
wielren gebiedende wijs wielrennen
wielrende verleden tijd wielrennen
wielrenden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wielrennen
wielrennend onvoltooid deelwoord wielrennen
wielrennende woordvorm wielrennen
wielrent aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wielrennen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wielrennen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over wielrennen

Hoe spreek je wielrennen uit?
De uitspraak van wielrennen is: /ˈwilrɛnə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent wielrennen?
Wielrennen is een werkwoord. Het woord betekent: hardrijden op de fiets.
Hoe vervoeg je wielrennen?
Je vervoegt wielrennen als volgt: de tegenwoordige tijd is wielren, de verleden tijd is wielrende en het voltooid deelwoord is gewielrend. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wielrennen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. I 1
  3. E 1
  4. L 3
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. N 1
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wielrennen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. I 2
  3. E 1
  4. L 3
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. N 1
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wielrennen in het kort

wielrennen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van wielrennen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort wielrennen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

wielrennen: hardrijden op de fiets.
Deel wielrennen — standaardnederlands.nl