Naar de inhoud

giechelen

een snelle, wat ingehouden vorm van lachen die vooral bij jonge meisjes past

giechelen

werkwoord /ˈɣixələ(n)/

Betekenis

  1. een snelle, wat ingehouden vorm van lachen die vooral bij jonge meisjes past

Hoe spreek je giechelen uit?

/ˈxixələn/

Giechelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈxixələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
x acht
i riet
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van giechelen

giechelenhele werkwoord — giecheldeverleden tijd enkelvoud — giecheldenverleden tijd meervoud — gegiecheldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik giechel giechelde
jij giechelt giechelde
hij, zij, het giechelt giechelde
wij giechelen giechelden
jullie giechelen giechelden
zij giechelen giechelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gegiecheld verleden tijd, deelwoord
gegiecheld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegiecheld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
giechel gebiedende wijs
giechelde verleden tijd
giechele aanvoegende wijs
giechelend onvoltooid, deelwoord
had gegiecheld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegiecheld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegiecheld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegiecheld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegiecheld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegiecheld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegiecheld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegiecheld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegiecheld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegiecheld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegiecheld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegiecheld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegiecheld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegiecheld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegiecheld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te giechelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegiecheld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen giechelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gegiecheld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegiecheld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegiecheld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal giechelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal giechelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal giechelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gegiecheld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegiecheld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegiecheld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou giechelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou giechelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou giechelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegiecheld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegiecheld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegiecheld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden giechelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden giechelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden giechelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegiecheld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt giechelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegiecheld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegiecheld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegiecheld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen giechelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen giechelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen giechelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen giechelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegiecheld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult giechelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘halfgesmoord lachen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573

Woordfamilie van giechelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegiecheld voltooid deelwoord giechelen
giechelde verleden tijd giechelen
giechelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon giechelen
giechele aanvoegende wijs giechelen
giechelend onvoltooid deelwoord giechelen
giechelende woordvorm giechelen
giechelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon giechelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van giechelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over giechelen

Hoe spreek je giechelen uit?
De uitspraak van giechelen is: /ˈɣixələ(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent giechelen?
Giechelen is een werkwoord. Het woord betekent: een snelle, wat ingehouden vorm van lachen die vooral bij jonge meisjes past.
Hoe vervoeg je giechelen?
Je vervoegt giechelen als volgt: de tegenwoordige tijd is giechel, de verleden tijd is giechelde en het voltooid deelwoord is gegiecheld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op giechelen?

Op giechelen rijmen 2 woorden, onder andere spiegelen en wiegelen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op giechelen, uitspraak ˈxixələn, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
spiegelen 3
wiegelen 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord giechelen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. I 1
  3. E 1
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

giechelen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. I 2
  3. E 1
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

giechelen in het kort

giechelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van giechelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort giechelen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

giechelen: een snelle, wat ingehouden vorm van lachen die vooral bij jonge meisjes past
Deel giechelen — standaardnederlands.nl