Naar de inhoud

wegsterven

geleidelijk onhoorbaar worden

wegsterven

werkwoord

Betekenis

  1. geleidelijk onhoorbaar worden
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van wegsterven

wegstervenhele werkwoord — stierf wegverleden tijd enkelvoud — stierven wegverleden tijd meervoud — weggestorvenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sterf weg stierf weg
jij sterft weg stierf weg
hij, zij, het sterft weg stierf weg
wij sterven weg stierven weg
jullie sterven weg stierven weg
zij sterven weg stierven weg
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben weggestorven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggestorven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is weggestorven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggestorven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sterf weg gebiedende wijs
stierf weg verleden tijd
te zijn weggestorven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegsterven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggestorven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggestorven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggestorven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggestorven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggestorven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggestorven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggestorven voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te sterven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen sterven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal sterven bijzin, toekomende tijd
weg zou sterven bijzin, voorwaardelijk
weg zouden sterven bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt sterven bijzin, voorwaardelijk
weg zullen sterven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen sterven bijzin, toekomende tijd
weg zult sterven bijzin, toekomende tijd
weggestorven verleden tijd, deelwoord
weggestorven te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggestorven zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegsterf bijzin, tegenwoordige tijd
wegsterft bijzin, tegenwoordige tijd
wegstervend onvoltooid, deelwoord
wegstierf bijzin, verleden tijd
wegstierven bijzin, verleden tijd
zal weggestorven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggestorven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggestorven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegsterven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegsterven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegsterven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegsterven bijzin, toekomende tijd
zijn weggestorven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn weggestorven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggestorven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggestorven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggestorven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggestorven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggestorven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggestorven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegsterven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegsterven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegsterven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegsterven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegsterven weg zou(dt) sterven bijzin, voorwaardelijk
zouden weggestorven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggestorven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggestorven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegsterven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegsterven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegsterven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegsterven bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggestorven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegsterven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegsterven bijzin, voorwaardelijk
zullen weggestorven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggestorven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggestorven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegsterven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegsterven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegsterven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegsterven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegsterven bijzin, toekomende tijd
zult weggestorven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wegsterven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult wegsterven bijzin, toekomende tijd
zult/zal wegsterven weg zult/zal sterven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weg en sterven

Woordfamilie van wegsterven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
sterf weg gebiedende wijs wegsterven
sterft weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegsterven
sterve weg woordvorm wegsterven
sterven weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegsterven
stierf weg verleden tijd wegsterven
stierven weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegsterven
weggestorven voltooid deelwoord wegsterven
wegsterf subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegsterven
wegsterft subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegsterven
wegsterve with-subordinate-clause wegsterven
wegstervend onvoltooid deelwoord wegsterven
wegstervende woordvorm wegsterven
wegstierf subordinate-clause, verleden tijd wegsterven
wegstierven subordinate-clause, verleden tijd wegsterven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegsterven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegsterven

Wat is de betekenis van wegsterven?
Wegsterven is een werkwoord. De betekenis is: geleidelijk onhoorbaar worden. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik wegsterven?
Zo vervoeg je wegsterven zo: het voltooid deelwoord is weggestorven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegsterven is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. V 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegsterven levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. V 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegsterven in het kort

wegsterven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van wegsterven staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wegsterven bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wegsterven: geleidelijk onhoorbaar worden
Deel wegsterven — standaardnederlands.nl