wegspringen
werkwoordBetekenis
- zich springend verwijderen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van wegspringen
wegspringenhele werkwoord — sprong wegverleden tijd enkelvoud — sprongen wegverleden tijd meervoud — weggesprongenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | spring weg | sprong weg |
| jij | springt weg | sprong weg |
| hij, zij, het | springt weg | sprong weg |
| wij | springen weg | sprongen weg |
| jullie | springen weg | sprongen weg |
| zij | springen weg | sprongen weg |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben weggesprongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent weggesprongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is weggesprongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is weggesprongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| spring weg | gebiedende wijs |
| sprong weg | verleden tijd |
| te zijn weggesprongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegspringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart weggesprongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggesprongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren weggesprongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggesprongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggesprongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was weggesprongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was weggesprongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te springen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen springen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal springen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou springen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden springen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt springen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen springen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen springen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult springen | bijzin, toekomende tijd |
| weggesprongen | verleden tijd, deelwoord |
| weggesprongen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggesprongen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| wegspring | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegspringend | onvoltooid, deelwoord |
| wegspringt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegsprong | bijzin, verleden tijd |
| wegsprongen | bijzin, verleden tijd |
| zal weggesprongen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggesprongen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggesprongen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wegspringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegspringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegspringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegspringen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn weggesprongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn weggesprongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn weggesprongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn weggesprongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt weggesprongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou weggesprongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggesprongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggesprongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wegspringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegspringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegspringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegspringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) wegspringen weg zou(dt) springen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggesprongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggesprongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggesprongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wegspringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegspringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegspringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegspringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggesprongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wegspringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegspringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen weggesprongen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggesprongen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggesprongen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wegspringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegspringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegspringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegspringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegspringen | bijzin, toekomende tijd |
| zult weggesprongen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wegspringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult wegspringen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal wegspringen weg zult/zal springen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van weg bw en springen
Woordfamilie van wegspringen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spring weg | gebiedende wijs | wegspringen |
| springe weg | woordvorm | wegspringen |
| springen weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | wegspringen |
| springt weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wegspringen |
| sprong weg | verleden tijd | wegspringen |
| sprongen weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wegspringen |
| weggesprongen | voltooid deelwoord | wegspringen |
| wegspring | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegspringen |
| wegspringe | with-subordinate-clause | wegspringen |
| wegspringend | onvoltooid deelwoord | wegspringen |
| wegspringende | woordvorm | wegspringen |
| wegspringt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegspringen |
| wegsprong | subordinate-clause, verleden tijd | wegspringen |
| wegsprongen | subordinate-clause, verleden tijd | wegspringen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegspringen zijn vastgelegd.