Naar de inhoud

wegsluiten

veilig opbergen achter slot en grendel

wegsluiten

werkwoord

Betekenis

  1. veilig opbergen achter slot en grendel

Vervoeging van wegsluiten

wegsluitenhele werkwoord — sloot wegverleden tijd enkelvoud — sloten wegverleden tijd meervoud — weggeslotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sluit weg sloot weg
jij sluit weg sloot weg
hij, zij, het sluit weg sloot weg
wij sluiten weg sloten weg
jullie sluiten weg sloten weg
zij sluiten weg sloten weg
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weggesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weggesloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggesloten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggesloten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggesloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggesloten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggesloten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggesloten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggesloten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weggesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggesloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sloot weg verleden tijd
sluit weg gebiedende wijs
te hebben weggesloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegsluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te sluiten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen sluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal sluiten bijzin, toekomende tijd
weg zou sluiten bijzin, voorwaardelijk
weg zouden sluiten bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt sluiten bijzin, voorwaardelijk
weg zullen sluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen sluiten bijzin, toekomende tijd
weg zult sluiten bijzin, toekomende tijd
weggesloten verleden tijd, deelwoord
weggesloten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggesloten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggesloten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggesloten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggesloten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggesloten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggesloten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggesloten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggesloten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggesloten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegsloot bijzin, verleden tijd
wegsloten bijzin, verleden tijd
wegsluit bijzin, tegenwoordige tijd
wegsluitend onvoltooid, deelwoord
werd weggesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weggesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weggesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weggesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weggesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weggesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weggesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weggesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weggesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weggesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weggesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weggesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weggesloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggesloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggesloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggesloten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggesloten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegsluiten bijzin, toekomende tijd
zijn weggesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegsluiten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegsluiten weg zou(dt) sluiten bijzin, voorwaardelijk
zouden weggesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegsluiten bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegsluiten bijzin, voorwaardelijk
zullen weggesloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggesloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggesloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggesloten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggesloten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggesloten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegsluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegsluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegsluiten bijzin, toekomende tijd
zult weggesloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult weggesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van weg en sluiten

Woordfamilie van wegsluiten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
sloot weg verleden tijd wegsluiten
sloten weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegsluiten
sluit weg gebiedende wijs wegsluiten
sluite weg woordvorm wegsluiten
sluiten weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegsluiten
weggesloten voltooid deelwoord wegsluiten
wegsloot subordinate-clause, verleden tijd wegsluiten
wegsloten subordinate-clause, verleden tijd wegsluiten
wegsluit subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegsluiten
wegsluite with-subordinate-clause wegsluiten
wegsluitend onvoltooid deelwoord wegsluiten
wegsluitende woordvorm wegsluiten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegsluiten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegsluiten

Wat betekent wegsluiten?
Wegsluiten is een werkwoord. Het woord betekent: veilig opbergen achter slot en grendel.
Hoe vervoeg je wegsluiten?
Je vervoegt wegsluiten als volgt: het voltooid deelwoord is weggesloten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegsluiten is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. L 3
  6. U 4
  7. I 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegsluiten levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. L 3
  6. U 2
  7. I 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegsluiten in het kort

wegsluiten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van wegsluiten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort wegsluiten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

wegsluiten: veilig opbergen achter slot en grendel
Deel wegsluiten — standaardnederlands.nl