Naar de inhoud

wegsluizen

(gelden) laten verdwijnen, overmaken (naar belastingparadijs|belastingparadijzen)

wegsluizen is meer dan één woord

wegsluizen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. (gelden) laten verdwijnen, overmaken (naar belastingparadijs|belastingparadijzen)
  2. sluizen

werkwoord

  1. laten verdwijnen, overmaken (naar belastingparadijzen) transitive

Vervoeging van wegsluizen

wegsluizenhele werkwoord — sluisde wegverleden tijd enkelvoud — sluisden wegverleden tijd meervoud — weggesluisdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sluis weg sluisde weg
jij sluist weg sluisde weg
hij, zij, het sluist weg sluisde weg
wij sluizen weg sluisden weg
jullie sluizen weg sluisden weg
zij sluizen weg sluisden weg
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weggesluisd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggesluisd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weggesluisd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggesluisd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggesluisd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggesluisd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggesluisd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggesluisd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggesluisd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggesluisd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weggesluisd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggesluisd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggesluisd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggesluisd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggesluisd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggesluisd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggesluisd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggesluisd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggesluisd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggesluisd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggesluisd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggesluisd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggesluisd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggesluisd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggesluisd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggesluisd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggesluisd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sluis weg gebiedende wijs
sluisde weg verleden tijd
te hebben weggesluisd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegsluizen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggesluisd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggesluisd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggesluisd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggesluisd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggesluisd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggesluisd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggesluisd voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te sluizen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen sluizen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal sluizen bijzin, toekomende tijd
weg zou sluizen bijzin, voorwaardelijk
weg zouden sluizen bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt sluizen bijzin, voorwaardelijk
weg zullen sluizen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen sluizen bijzin, toekomende tijd
weg zult sluizen bijzin, toekomende tijd
weggesluisd verleden tijd, deelwoord
weggesluisd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggesluisd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggesluisd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggesluisd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggesluisd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggesluisd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggesluisd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggesluisd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggesluisd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggesluisd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegsluis bijzin, tegenwoordige tijd
wegsluisde bijzin, verleden tijd
wegsluisden bijzin, verleden tijd
wegsluist bijzin, tegenwoordige tijd
wegsluizend onvoltooid, deelwoord
werd weggesluisd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weggesluisd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weggesluisd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weggesluisd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weggesluisd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weggesluisd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weggesluisd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weggesluisd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weggesluisd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weggesluisd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weggesluisd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggesluisd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weggesluisd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weggesluisd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggesluisd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggesluisd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggesluisd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggesluisd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggesluisd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggesluisd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegsluizen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegsluizen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegsluizen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegsluizen bijzin, toekomende tijd
zijn weggesluisd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggesluisd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggesluisd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggesluisd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggesluisd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggesluisd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggesluisd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggesluisd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggesluisd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggesluisd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggesluisd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggesluisd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggesluisd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegsluizen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegsluizen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegsluizen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegsluizen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegsluizen weg zou(dt) sluizen bijzin, voorwaardelijk
zouden weggesluisd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggesluisd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggesluisd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggesluisd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggesluisd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggesluisd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggesluisd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggesluisd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggesluisd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegsluizen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegsluizen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegsluizen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegsluizen bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggesluisd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggesluisd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggesluisd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegsluizen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegsluizen bijzin, voorwaardelijk
zullen weggesluisd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggesluisd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggesluisd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggesluisd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggesluisd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggesluisd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggesluisd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggesluisd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggesluisd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegsluizen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegsluizen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegsluizen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegsluizen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegsluizen bijzin, toekomende tijd
zult weggesluisd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord wegsluis

Herkomst

samenstelling van weg en sluizen

Woordfamilie van wegsluizen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
sluis weg gebiedende wijs wegsluizen
sluisde weg verleden tijd wegsluizen
sluisden weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegsluizen
sluist weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegsluizen
sluize weg woordvorm wegsluizen
sluizen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegsluizen
weggesluisd voltooid deelwoord wegsluizen
weggesluisde woordvorm wegsluizen
wegsluis subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegsluizen
wegsluisde subordinate-clause, verleden tijd wegsluizen
wegsluisden subordinate-clause, verleden tijd wegsluizen
wegsluist subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegsluizen
wegsluize with-subordinate-clause wegsluizen
wegsluizend onvoltooid deelwoord wegsluizen
wegsluizende woordvorm wegsluizen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegsluizen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegsluizen

Wat is de betekenis van wegsluizen?
Wegsluizen is een werkwoord. De betekenis is: (gelden) laten verdwijnen, overmaken (naar belastingparadijs|belastingparadijzen). In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik wegsluizen?
Zo vervoeg je wegsluizen zo: het voltooid deelwoord is weggesluisd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegsluizen is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. L 3
  6. U 4
  7. I 1
  8. Z 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegsluizen levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. L 3
  6. U 2
  7. I 2
  8. Z 5
  9. E 1
  10. N 1
  11. 25 zonder bonus
  12. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegsluizen in het kort

wegsluizen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van wegsluizen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wegsluizen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wegsluizen: (gelden) laten verdwijnen, overmaken (naar belastingparadijs|belastingparadijzen)
Deel wegsluizen — standaardnederlands.nl