Naar de inhoud

weglachen

iets of iemand met honend gelach terzijde schuiven

weglachen

werkwoord

Betekenis

  1. iets of iemand met honend gelach terzijde schuiven
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van weglachen

weglachenhele werkwoord — lachte wegverleden tijd enkelvoud — lachten wegverleden tijd meervoud — weggelachenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik lach weg lachte weg
jij lacht weg lachte weg
hij, zij, het lacht weg lachte weg
wij lachen weg lachten weg
jullie lachen weg lachten weg
zij lachen weg lachten weg
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weggelachen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggelachen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weggelachen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggelachen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggelachen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggelachen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggelachen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggelachen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggelachen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggelachen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weggelachen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggelachen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggelachen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggelachen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggelachen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggelachen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggelachen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggelachen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggelachen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggelachen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggelachen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggelachen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggelachen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggelachen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggelachen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggelachen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggelachen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
lach weg gebiedende wijs
lachte weg verleden tijd
te hebben weggelachen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen weglachen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggelachen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggelachen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggelachen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggelachen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggelachen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggelachen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggelachen voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te lachen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen lachen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal lachen bijzin, toekomende tijd
weg zou lachen bijzin, voorwaardelijk
weg zouden lachen bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt lachen bijzin, voorwaardelijk
weg zullen lachen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen lachen bijzin, toekomende tijd
weg zult lachen bijzin, toekomende tijd
weggelachen verleden tijd, deelwoord
weggelachen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggelachen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggelachen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggelachen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggelachen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggelachen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggelachen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggelachen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggelachen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggelachen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weglach bijzin, tegenwoordige tijd
weglachend onvoltooid, deelwoord
weglacht bijzin, tegenwoordige tijd
weglachte bijzin, verleden tijd
weglachten bijzin, verleden tijd
werd weggelachen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weggelachen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weggelachen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weggelachen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weggelachen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weggelachen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weggelachen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weggelachen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weggelachen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weggelachen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weggelachen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggelachen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weggelachen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weggelachen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggelachen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggelachen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggelachen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggelachen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggelachen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggelachen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weglachen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal weglachen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal weglachen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal weglachen bijzin, toekomende tijd
zijn weggelachen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggelachen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggelachen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggelachen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggelachen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggelachen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggelachen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggelachen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggelachen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggelachen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggelachen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggelachen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggelachen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weglachen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou weglachen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou weglachen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou weglachen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) weglachen weg zou(dt) lachen bijzin, voorwaardelijk
zouden weggelachen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggelachen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggelachen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggelachen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggelachen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggelachen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggelachen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggelachen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggelachen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weglachen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weglachen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weglachen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden weglachen bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggelachen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggelachen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggelachen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weglachen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt weglachen bijzin, voorwaardelijk
zullen weggelachen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggelachen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggelachen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggelachen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggelachen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggelachen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggelachen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggelachen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggelachen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weglachen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen weglachen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weglachen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weglachen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen weglachen bijzin, toekomende tijd
zult weggelachen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van weg bw en lachen

Woordfamilie van weglachen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
lach weg gebiedende wijs weglachen
lache weg woordvorm weglachen
lachen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon weglachen
lacht weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon weglachen
lachte weg verleden tijd weglachen
lachten weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon weglachen
weggelachen voltooid deelwoord weglachen
weglach subordinate-clause, tegenwoordige tijd weglachen
weglache with-subordinate-clause weglachen
weglachend onvoltooid deelwoord weglachen
weglachende woordvorm weglachen
weglacht subordinate-clause, tegenwoordige tijd weglachen
weglachte subordinate-clause, verleden tijd weglachen
weglachten subordinate-clause, verleden tijd weglachen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weglachen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over weglachen

Wat betekent weglachen?
Weglachen is een werkwoord. Het woord betekent: iets of iemand met honend gelach terzijde schuiven. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je weglachen?
Je vervoegt weglachen als volgt: het voltooid deelwoord is weggelachen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord weglachen is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. L 3
  5. A 1
  6. C 5
  7. H 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

weglachen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. L 3
  5. A 1
  6. C 5
  7. H 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 24 zonder bonus
  11. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

weglachen in het kort

weglachen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van weglachen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort weglachen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

weglachen: iets of iemand met honend gelach terzijde schuiven
Deel weglachen — standaardnederlands.nl