Naar de inhoud

wegdoezelen

in slaap dreigen te vallen

wegdoezelen

werkwoord

Betekenis

  1. in slaap dreigen te vallen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van wegdoezelen

wegdoezelenhele werkwoord — doezelde wegverleden tijd enkelvoud — doezelden wegverleden tijd meervoud — weggedoezeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doezel weg doezelde weg
jij doezelt weg doezelde weg
hij, zij, het doezelt weg doezelde weg
wij doezelen weg doezelden weg
jullie doezelen weg doezelden weg
zij doezelen weg doezelden weg
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben weggedoezeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggedoezeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
doezel weg gebiedende wijs
doezelde weg verleden tijd
ev. gebiedende wijs
is weggedoezeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggedoezeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn weggedoezeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegdoezelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggedoezeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggedoezeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggedoezeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggedoezeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggedoezeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggedoezeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggedoezeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te doezelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen doezelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal doezelen bijzin, toekomende tijd
weg zou doezelen bijzin, voorwaardelijk
weg zouden doezelen bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt doezelen bijzin, voorwaardelijk
weg zullen doezelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen doezelen bijzin, toekomende tijd
weg zult doezelen bijzin, toekomende tijd
wegdoezel bijzin, tegenwoordige tijd
wegdoezelde bijzin, verleden tijd
wegdoezelden bijzin, verleden tijd
wegdoezelend onvoltooid, deelwoord
wegdoezelt bijzin, tegenwoordige tijd
weggedoezeld verleden tijd, deelwoord
weggedoezeld te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggedoezeld zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
zal wegdoezelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegdoezelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegdoezelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegdoezelen bijzin, toekomende tijd
zal weggedoezeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggedoezeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggedoezeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn weggedoezeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn weggedoezeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggedoezeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggedoezeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggedoezeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou wegdoezelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegdoezelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegdoezelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegdoezelen bijzin, voorwaardelijk
zou weggedoezeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggedoezeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggedoezeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) wegdoezelen weg zou(dt) doezelen bijzin, voorwaardelijk
zouden wegdoezelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegdoezelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegdoezelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegdoezelen bijzin, voorwaardelijk
zouden weggedoezeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggedoezeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggedoezeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt wegdoezelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegdoezelen bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggedoezeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen wegdoezelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegdoezelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegdoezelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegdoezelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegdoezelen bijzin, toekomende tijd
zullen weggedoezeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggedoezeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggedoezeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult wegdoezelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult wegdoezelen bijzin, toekomende tijd
zult weggedoezeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal wegdoezelen weg zult/zal doezelen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weg bw en doezelen

Woordfamilie van wegdoezelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doezel weg gebiedende wijs wegdoezelen
doezelde weg verleden tijd wegdoezelen
doezelden weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegdoezelen
doezele weg woordvorm wegdoezelen
doezelen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegdoezelen
doezelt weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegdoezelen
wegdoezel subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegdoezelen
wegdoezelde subordinate-clause, verleden tijd wegdoezelen
wegdoezelden subordinate-clause, verleden tijd wegdoezelen
wegdoezele with-subordinate-clause wegdoezelen
wegdoezelend onvoltooid deelwoord wegdoezelen
wegdoezelende woordvorm wegdoezelen
wegdoezelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegdoezelen
weggedoezeld voltooid deelwoord wegdoezelen
weggedoezelde woordvorm wegdoezelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegdoezelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegdoezelen

Wat is de betekenis van wegdoezelen?
Wegdoezelen is een werkwoord. De betekenis is: in slaap dreigen te vallen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik wegdoezelen?
Zo vervoeg je wegdoezelen zo: het voltooid deelwoord is weggedoezeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegdoezelen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. D 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. Z 4
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegdoezelen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. D 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. Z 5
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 zonder bonus
  13. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegdoezelen in het kort

wegdoezelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van wegdoezelen staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wegdoezelen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wegdoezelen: in slaap dreigen te vallen
Deel wegdoezelen — standaardnederlands.nl