Naar de inhoud

wegdommelen

ongemerkt in slaap vallen

wegdommelen

werkwoord

Betekenis

  1. ongemerkt in slaap vallen

Vervoeging van wegdommelen

wegdommelenhele werkwoord — dommelde wegverleden tijd enkelvoud — dommelden wegverleden tijd meervoud — weggedommeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dommel weg dommelde weg
jij dommelt weg dommelde weg
hij, zij, het dommelt weg dommelde weg
wij dommelen weg dommelden weg
jullie dommelen weg dommelden weg
zij dommelen weg dommelden weg
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben weggedommeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggedommeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dommel weg gebiedende wijs
dommelde weg verleden tijd
ev. gebiedende wijs
is weggedommeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggedommeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn weggedommeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegdommelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggedommeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggedommeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggedommeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggedommeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggedommeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggedommeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggedommeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te dommelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen dommelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal dommelen bijzin, toekomende tijd
weg zou dommelen bijzin, voorwaardelijk
weg zouden dommelen bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt dommelen bijzin, voorwaardelijk
weg zullen dommelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen dommelen bijzin, toekomende tijd
weg zult dommelen bijzin, toekomende tijd
wegdommel bijzin, tegenwoordige tijd
wegdommelde bijzin, verleden tijd
wegdommelden bijzin, verleden tijd
wegdommelend onvoltooid, deelwoord
wegdommelt bijzin, tegenwoordige tijd
weggedommeld verleden tijd, deelwoord
weggedommeld te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggedommeld zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
zal wegdommelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegdommelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegdommelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegdommelen bijzin, toekomende tijd
zal weggedommeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggedommeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggedommeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn weggedommeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn weggedommeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggedommeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggedommeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggedommeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou wegdommelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegdommelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegdommelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegdommelen bijzin, voorwaardelijk
zou weggedommeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggedommeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggedommeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) wegdommelen weg zou(dt) dommelen bijzin, voorwaardelijk
zouden wegdommelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegdommelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegdommelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegdommelen bijzin, voorwaardelijk
zouden weggedommeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggedommeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggedommeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt wegdommelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegdommelen bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggedommeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen wegdommelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegdommelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegdommelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegdommelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegdommelen bijzin, toekomende tijd
zullen weggedommeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggedommeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggedommeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult wegdommelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult wegdommelen bijzin, toekomende tijd
zult weggedommeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal wegdommelen weg zult/zal dommelen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weg bw en dommelen

Woordfamilie van wegdommelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dommel weg gebiedende wijs wegdommelen
dommelde weg verleden tijd wegdommelen
dommelden weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegdommelen
dommele weg woordvorm wegdommelen
dommelen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegdommelen
dommelt weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegdommelen
wegdommel subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegdommelen
wegdommelde subordinate-clause, verleden tijd wegdommelen
wegdommelden subordinate-clause, verleden tijd wegdommelen
wegdommele with-subordinate-clause wegdommelen
wegdommelend onvoltooid deelwoord wegdommelen
wegdommelende woordvorm wegdommelen
wegdommelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegdommelen
weggedommeld voltooid deelwoord wegdommelen
weggedommelde woordvorm wegdommelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegdommelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegdommelen

Wat is de betekenis van wegdommelen?
Wegdommelen is een werkwoord. De betekenis is: ongemerkt in slaap vallen.
Hoe vervoeg ik wegdommelen?
Zo vervoeg je wegdommelen zo: het voltooid deelwoord is weggedommeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegdommelen is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. D 2
  5. O 1
  6. M 3
  7. M 3
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegdommelen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. D 2
  5. O 1
  6. M 3
  7. M 3
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 zonder bonus
  13. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegdommelen in het kort

wegdommelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van wegdommelen staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wegdommelen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wegdommelen: ongemerkt in slaap vallen
Deel wegdommelen — standaardnederlands.nl