wegdoen
werkwoord /ˈwɛɣ.dun/Betekenis
- niet langer behouden
- zich ontdoen van
- uitwissen, uitvegen
- wegbrengen
- (m.b.t. personeel) ontslaan
Hoe spreek je wegdoen uit?
/ˈwɛxdun/
Wegdoen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| d | dak |
| u | boek |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- : niet langer behouden transitive
- : zich ontdoen van transitive
- : uitwissen, uitvegen transitive
- : wegbrengen transitive
- : (m.b.t. personeel) ontslaan informal, transitive
Vervoeging van wegdoen
wegdoenhele werkwoord — deed wegverleden tijd enkelvoud — deden wegverleden tijd meervoud — weggedaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | doe weg | deed weg |
| jij | doet weg | deed weg |
| hij, zij, het | doet weg | deed weg |
| wij | doen weg | deden weg |
| jullie | doen weg | deden weg |
| zij | doen weg | deden weg |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben weggedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent weggedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| deed weg | verleden tijd |
| doe weg | gebiedende wijs |
| er is weggedaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was weggedaan | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd weggedaan | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt weggedaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal weggedaan worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal weggedaan zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou weggedaan worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou weggedaan zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had weggedaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had weggedaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had weggedaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden weggedaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden weggedaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden weggedaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt weggedaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb weggedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggedaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben weggedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben weggedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt weggedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is weggedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is weggedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben weggedaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegdoen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart weggedaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggedaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren weggedaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggedaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggedaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was weggedaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was weggedaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te doen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen doen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal doen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou doen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden doen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt doen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen doen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen doen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult doen | bijzin, toekomende tijd |
| wegdeden | bijzin, verleden tijd |
| wegdeed | bijzin, verleden tijd |
| wegdeedt | bijzin, verleden tijd |
| wegdoe | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegdoend | onvoltooid, deelwoord |
| wegdoet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| weggedaan | verleden tijd, deelwoord |
| weggedaan te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggedaan te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggedaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggedaan te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggedaan te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggedaan worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggedaan zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggedaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggedaan zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggedaan zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| werd weggedaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd weggedaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd weggedaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden weggedaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden weggedaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden weggedaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt weggedaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word weggedaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden weggedaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden weggedaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden weggedaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt weggedaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt weggedaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal wegdoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegdoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegdoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegdoen | bijzin, toekomende tijd |
| zal weggedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal weggedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal weggedaan zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggedaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn weggedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn weggedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn weggedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt weggedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou wegdoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegdoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegdoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegdoen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou weggedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou weggedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou weggedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggedaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggedaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggedaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) wegdoen weg zou(dt) doen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden wegdoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegdoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegdoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegdoen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden weggedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden weggedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggedaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggedaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggedaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt wegdoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegdoen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggedaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen wegdoen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegdoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegdoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegdoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegdoen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen weggedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen weggedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen weggedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggedaan zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggedaan zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggedaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
Herkomst
samenstelling van weg bw en doen
Woordfamilie van wegdoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| deden weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wegdoen |
| deed weg | verleden tijd | wegdoen |
| doe weg | gebiedende wijs | wegdoen |
| doen weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | wegdoen |
| doet weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wegdoen |
| wegdeden | subordinate-clause, verleden tijd | wegdoen |
| wegdeed | subordinate-clause, verleden tijd | wegdoen |
| wegdoe | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegdoen |
| wegdoend | onvoltooid deelwoord | wegdoen |
| wegdoende | woordvorm | wegdoen |
| wegdoet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegdoen |
| weggedaan | voltooid deelwoord | wegdoen |
| weggedane | woordvorm | wegdoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegdoen zijn vastgelegd.