Naar de inhoud

watersporten

lichamelijke bezigheid op of in water met spel- of wedstrijdelement

watersporten is meer dan één woord

watersporten

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈwatərˌspɔrtə(n)

Betekenis

  1. lichamelijke bezigheid op of in water met spel- of wedstrijdelement

Hoe spreek je watersporten uit?

/ˈwatərˌspɔrtən/

Watersporten bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwatərˌspɔrtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
a maan
t tak
ə de
r rood
s sok
p pak
ɔ bot
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon

Klinkt hetzelfde als watersportten.

Vervoeging van watersporten

watersportenhele werkwoord — watersportteverleden tijd enkelvoud — watersporttenverleden tijd meervoud — gewatersportvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik watersport watersportte
jij watersport watersportte
hij, zij, het watersport watersportte
wij watersporten watersportten
jullie watersporten watersportten
zij watersporten watersportten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gewatersport impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gewatersport impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gewatersport impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gewatersport impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gewatersport worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewatersport zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gewatersport worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewatersport zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewatersport verleden tijd, deelwoord
gewatersport te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewatersport zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewatersport voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewatersport voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewatersport voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewatersport voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewatersport voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewatersport voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewatersport voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewatersport voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewatersport actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewatersport voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewatersport voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewatersport voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewatersport voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewatersport voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewatersport voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewatersport actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te watersporten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen watersporten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
watersport gebiedende wijs
watersporte aanvoegende wijs
watersportend onvoltooid, deelwoord
watersportte verleden tijd
zal gewatersport hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewatersport hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewatersport hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal watersporten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal watersporten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal watersporten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gewatersport hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewatersport hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewatersport hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou watersporten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou watersporten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou watersporten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewatersport hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewatersport hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewatersport hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden watersporten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden watersporten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden watersporten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewatersport hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt watersporten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewatersport hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewatersport hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewatersport hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen watersporten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen watersporten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen watersporten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen watersporten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewatersport hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult watersporten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord watersport

Herkomst

afgeleid van watersport met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van watersporten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewatersport voltooid deelwoord watersporten
watersportend onvoltooid deelwoord watersporten
watersportende woordvorm watersporten
watersportte verleden tijd watersporten
watersportten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon watersporten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van watersporten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over watersporten

Hoe spreek je watersporten uit?
De uitspraak van watersporten is: /ˈwatərˌspɔrtə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent watersporten?
Watersporten is een werkwoord. Het woord betekent: lichamelijke bezigheid op of in water met spel- of wedstrijdelement.
Hoe vervoeg je watersporten?
Je vervoegt watersporten als volgt: de tegenwoordige tijd is watersport, de verleden tijd is watersportte en het voltooid deelwoord is gewatersport. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op watersporten?

Op watersporten rijmen 13 woorden, onder andere sporten, schorten en consorten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op watersporten, uitspraak ˈwatərˌspɔrtən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
sporten 2
schorten 2
consorten 3
aandachtstekorten 5
aandachttekorten 5
bergsporten 4
detectiverapporten 7
gehandicaptensporten 7
horten 2
multisporten 4
railtransporten 4
watersportten 4
worstelsporten 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord watersporten is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. A 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. S 2
  7. P 3
  8. O 1
  9. R 2
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

watersporten levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. A 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. S 2
  7. P 4
  8. O 1
  9. R 2
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 zonder bonus
  14. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

watersporten in het kort

watersporten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van watersporten zijn 39 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort watersporten bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

watersporten: lichamelijke bezigheid op of in water met spel- of wedstrijdelement
Deel watersporten — standaardnederlands.nl