Naar de inhoud

waterfietsen

zich op een waterfiets voortbewegen

waterfietsen is meer dan één woord

waterfietsen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. zich op een waterfiets voortbewegen

Vervoeging van waterfietsen

waterfietsenhele werkwoord — waterfietsteverleden tijd enkelvoud — waterfietstenverleden tijd meervoud — gewaterfietstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik waterfiets waterfietste
jij waterfietst waterfietste
hij, zij, het waterfietst waterfietste
wij waterfietsen waterfietsten
jullie waterfietsen waterfietsten
zij waterfietsen waterfietsten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gewaterfietst verleden tijd, deelwoord
gewaterfietst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewaterfietst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewaterfietst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewaterfietst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewaterfietst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewaterfietst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewaterfietst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewaterfietst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewaterfietst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewaterfietst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewaterfietst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewaterfietst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewaterfietst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewaterfietst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewaterfietst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewaterfietst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewaterfietst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewaterfietst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te waterfietsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen waterfietsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waterfiets gebiedende wijs
waterfietse aanvoegende wijs
waterfietsend onvoltooid, deelwoord
waterfietste verleden tijd
zal gewaterfietst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewaterfietst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewaterfietst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal waterfietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal waterfietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal waterfietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gewaterfietst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewaterfietst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewaterfietst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou waterfietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou waterfietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou waterfietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewaterfietst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewaterfietst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewaterfietst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden waterfietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden waterfietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden waterfietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewaterfietst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt waterfietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewaterfietst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewaterfietst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewaterfietst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen waterfietsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen waterfietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen waterfietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen waterfietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewaterfietst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult waterfietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord waterfiets

Herkomst

samenstelling van water en fietsen

Woordfamilie van waterfietsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewaterfietst voltooid deelwoord waterfietsen
waterfietse aanvoegende wijs waterfietsen
waterfietsend onvoltooid deelwoord waterfietsen
waterfietsende woordvorm waterfietsen
waterfietst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon waterfietsen
waterfietste verleden tijd waterfietsen
waterfietsten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon waterfietsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waterfietsen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over waterfietsen

Wat betekent waterfietsen?
Waterfietsen is een werkwoord. Het woord betekent: zich op een waterfiets voortbewegen.
Hoe vervoeg je waterfietsen?
Je vervoegt waterfietsen als volgt: de tegenwoordige tijd is waterfiets, de verleden tijd is waterfietste en het voltooid deelwoord is gewaterfietst. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord waterfietsen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. A 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. F 4
  7. I 1
  8. E 1
  9. T 2
  10. S 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

waterfietsen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. A 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. F 4
  7. I 2
  8. E 1
  9. T 2
  10. S 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 zonder bonus
  14. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

waterfietsen in het kort

waterfietsen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van waterfietsen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort waterfietsen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

waterfietsen: zich op een waterfiets voortbewegen
Deel waterfietsen — standaardnederlands.nl