wandelplaats
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een park of plantsoen waar men fijn kan wandelen
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een park, plantsoen of promenade waar men fijn kan wandelen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wandelplaatsen | meervoud |
| wandelplaatsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wandelplaatsjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van wandel en plaats
Woordfamilie van wandelplaats
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wandelplaatsen | meervoud | wandelplaats |
| wandelplaatsje | verkleinwoord | wandelplaats |
| wandelplaatsjes | verkleinwoord meervoud | wandelplaats |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wandelplaats zijn vastgelegd.