waarborgen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈwarbɔrɣə(n)Betekenis
- instaan voor
Hoe spreek je waarborgen uit?
/ˈwarbɔrxən/
Waarborgen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| a | maan |
| r | rood |
| b | bak |
| ɔ | bot |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van waarborgen
waarborgenhele werkwoord — waarborgdeverleden tijd enkelvoud — waarborgdenverleden tijd meervoud — gewaarborgdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | waarborg | waarborgde |
| jij | waarborgt | waarborgde |
| hij, zij, het | waarborgt | waarborgde |
| wij | waarborgen | waarborgden |
| jullie | waarborgen | waarborgden |
| zij | waarborgen | waarborgden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gewaarborgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gewaarborgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gewaarborgd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gewaarborgd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gewaarborgd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gewaarborgd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gewaarborgd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gewaarborgd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gewaarborgd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gewaarborgd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gewaarborgd | verleden tijd, deelwoord |
| gewaarborgd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewaarborgd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewaarborgd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewaarborgd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewaarborgd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewaarborgd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewaarborgd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewaarborgd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewaarborgd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewaarborgd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewaarborgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewaarborgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewaarborgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewaarborgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewaarborgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewaarborgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewaarborgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewaarborgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewaarborgd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewaarborgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewaarborgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewaarborgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewaarborgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewaarborgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewaarborgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gewaarborgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gewaarborgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewaarborgd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te waarborgen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen waarborgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waarborg | gebiedende wijs |
| waarborgde | verleden tijd |
| waarborge | aanvoegende wijs |
| waarborgend | onvoltooid, deelwoord |
| waart gewaarborgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewaarborgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gewaarborgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewaarborgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gewaarborgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gewaarborgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gewaarborgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gewaarborgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gewaarborgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gewaarborgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gewaarborgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gewaarborgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gewaarborgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gewaarborgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gewaarborgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gewaarborgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gewaarborgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gewaarborgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gewaarborgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gewaarborgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gewaarborgd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewaarborgd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewaarborgd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gewaarborgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewaarborgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gewaarborgd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewaarborgd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal waarborgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal waarborgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal waarborgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gewaarborgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gewaarborgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gewaarborgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gewaarborgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gewaarborgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewaarborgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewaarborgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gewaarborgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewaarborgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gewaarborgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewaarborgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewaarborgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewaarborgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou waarborgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou waarborgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou waarborgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewaarborgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewaarborgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewaarborgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewaarborgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gewaarborgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gewaarborgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewaarborgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewaarborgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewaarborgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden waarborgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden waarborgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden waarborgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewaarborgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewaarborgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewaarborgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt waarborgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewaarborgd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewaarborgd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewaarborgd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewaarborgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gewaarborgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gewaarborgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewaarborgd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewaarborgd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewaarborgd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen waarborgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen waarborgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen waarborgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen waarborgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewaarborgd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewaarborgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewaarborgd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult waarborgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord waarborg
Herkomst
samenstelling van waar en borgen
Woordfamilie van waarborgen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewaarborgd | voltooid deelwoord | waarborgen |
| gewaarborgde | woordvorm | waarborgen |
| waarborgde | verleden tijd | waarborgen |
| waarborgden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | waarborgen |
| waarborge | aanvoegende wijs | waarborgen |
| waarborgend | onvoltooid deelwoord | waarborgen |
| waarborgende | woordvorm | waarborgen |
| waarborgt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | waarborgen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waarborgen zijn vastgelegd.