garanderen
werkwoord /ɣarɑndɪːrə(n)/Betekenis
- de uitkomst ergens van verzekeren
Hoe spreek je garanderen uit?
/xarɑndɪrən/
Garanderen bestaat uit vier lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| a | maan |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| ɪ | pit |
| ə | de |
Vervoeging van garanderen
garanderenhele werkwoord — garandeerdeverleden tijd enkelvoud — garandeerdenverleden tijd meervoud — gegarandeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | garandeer | garandeerde |
| jij | garandeert | garandeerde |
| hij, zij, het | garandeert | garandeerde |
| wij | garanderen | garandeerden |
| jullie | garanderen | garandeerden |
| zij | garanderen | garandeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gegarandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gegarandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gegarandeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gegarandeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gegarandeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gegarandeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gegarandeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gegarandeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gegarandeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gegarandeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| garandeer | gebiedende wijs |
| garandeerde | verleden tijd |
| garandere | aanvoegende wijs |
| garanderend | onvoltooid, deelwoord |
| gegarandeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gegarandeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gegarandeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gegarandeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegarandeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegarandeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegarandeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gegarandeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gegarandeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gegarandeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gegarandeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gegarandeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gegarandeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gegarandeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gegarandeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gegarandeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gegarandeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gegarandeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gegarandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegarandeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gegarandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegarandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gegarandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gegarandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegarandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegarandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gegarandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gegarandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te garanderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gegarandeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen garanderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gegarandeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gegarandeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gegarandeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gegarandeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gegarandeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gegarandeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gegarandeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gegarandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gegarandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gegarandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gegarandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gegarandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gegarandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gegarandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gegarandeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gegarandeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gegarandeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gegarandeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gegarandeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gegarandeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal garanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal garanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal garanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gegarandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegarandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegarandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gegarandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegarandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gegarandeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegarandeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gegarandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gegarandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gegarandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gegarandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou garanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou garanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou garanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gegarandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegarandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegarandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gegarandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegarandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gegarandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegarandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegarandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegarandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden garanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden garanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden garanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gegarandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegarandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegarandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gegarandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gegarandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gegarandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gegarandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegarandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegarandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt garanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gegarandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gegarandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gegarandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen garanderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen garanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen garanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen garanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gegarandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegarandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegarandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gegarandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gegarandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gegarandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gegarandeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegarandeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegarandeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult garanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gegarandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gegarandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gegarandeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘waarborgen’ voor het eerst aangetroffen in 1574
Woordfamilie van garanderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| garandeer | gebiedende wijs | garanderen |
| garandeerde | verleden tijd | garanderen |
| garandeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | garanderen |
| garandeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | garanderen |
| garandere | aanvoegende wijs | garanderen |
| garanderend | onvoltooid deelwoord | garanderen |
| garanderende | woordvorm | garanderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van garanderen zijn vastgelegd.