vleugel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈvløɣəlBetekenis
- een lichaamsdeel van een vogel dat vliegen mogelijk maakt
- een onderdeel van een vliegtuig dat vliegen mogelijk maakt
- een muziekinstrument met horizontaal gespannen snaren, dat met een klavier (toetsenbord) bespeeld wordt
- een deel van een landvoertuig, bijvoorbeeld een auto, dat de aerodynamica bevordert
- een deel van een leger
- een deel van een politieke partij of stroming
- elk van de delen van een bouwwerk links en rechts van het middendeel
Hoe spreek je vleugel uit?
/ˈvløxəl/
Vleugel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| l | land |
| ø | deur |
| x | acht |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- lichaamsdeel van diersoorten als vogels, vleermuizen en sommige insecten dat vliegen mogelijk maakt, in de vorm van een beweegbaar vlak dat paarsgewijs aan beide kanten van het lichaam zit
- onderdeel van een vliegtuig dat vliegen mogelijk maakt
- muziekinstrument met horizontaal gespannen snaren, dat met een klavier (toetsenbord) bespeeld wordt
- deel van een landvoertuig, bijvoorbeeld een auto, dat de aerodynamica bevordert
- deel van een strijdmacht dat links of rechts van de hoofdmacht is opgesteld
- deel van een politieke partij of stroming
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vleugelen | meervoud |
| vleugels | meervoud |
| vleugeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vleugeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vleugelen
- gebiedende wijs van vleugelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vleugelen
Vervoeging van vleugel
vleugelhele werkwoord
Herkomst
van Middelnederlands vlogel / vloghele, in de betekenis van ‘lichaamsdeel om mee te vliegen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van vleugel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vleugels | meervoud | vleugel |
| vleugeltje | verkleinwoord | vleugel |
| vleugeltjes | verkleinwoord meervoud | vleugel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vleugel zijn vastgelegd.