Naar de inhoud

vlakken

vlak maken

vlakken is meer dan één woord

vlakken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. vlak maken
  2. met een vlakgom potloodschrift van papier verwijderen (uitvlakken)

Vervoeging van vlakken

vlakkenhele werkwoord — vlakteverleden tijd enkelvoud — vlaktenverleden tijd meervoud — gevlaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vlak vlakte
jij vlakt vlakte
hij, zij, het vlakt vlakte
wij vlakken vlakten
jullie vlakken vlakten
zij vlakken vlakten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gevlakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gevlakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gevlakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gevlakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gevlakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gevlakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gevlakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gevlakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gevlakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gevlakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gevlakt verleden tijd, deelwoord
gevlakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gevlakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gevlakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevlakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevlakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevlakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gevlakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gevlakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gevlakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gevlakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevlakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevlakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevlakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevlakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevlakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevlakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevlakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevlakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevlakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevlakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevlakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevlakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevlakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevlakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevlakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gevlakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gevlakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevlakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vlakken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vlakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vlak gebiedende wijs
vlakke aanvoegende wijs
vlakkend onvoltooid, deelwoord
vlakte verleden tijd
waart gevlakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevlakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gevlakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevlakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gevlakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gevlakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gevlakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gevlakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gevlakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gevlakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gevlakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gevlakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gevlakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gevlakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gevlakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gevlakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gevlakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gevlakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gevlakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gevlakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gevlakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevlakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevlakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gevlakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevlakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gevlakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevlakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vlakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vlakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vlakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gevlakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gevlakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gevlakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gevlakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gevlakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevlakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevlakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gevlakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevlakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gevlakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevlakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevlakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevlakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vlakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vlakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vlakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevlakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevlakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevlakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gevlakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gevlakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gevlakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gevlakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevlakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevlakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vlakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vlakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vlakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevlakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gevlakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gevlakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vlakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevlakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevlakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevlakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gevlakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gevlakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gevlakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gevlakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevlakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevlakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vlakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vlakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vlakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vlakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gevlakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gevlakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gevlakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vlakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord vlak

Woordfamilie van vlakken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gevlakt voltooid deelwoord vlakken
gevlakte woordvorm vlakken
vlakkend onvoltooid deelwoord vlakken
vlakkende woordvorm vlakken
vlakt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vlakken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vlakken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vlakken

Wat is de betekenis van vlakken?
Vlakken is een werkwoord. De betekenis is: vlak maken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik vlakken?
Zo vervoeg je vlakken zo: de tegenwoordige tijd is vlak, de verleden tijd is vlakte en het voltooid deelwoord is gevlakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vlakken is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. L 3
  3. A 1
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vlakken levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 112 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. L 3
  3. A 1
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 zonder bonus
  9. 112 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

vlakken telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

vlakken in het kort

vlakken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van vlakken staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vlakken bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vlakken: vlak maken
Deel vlakken — standaardnederlands.nl