vibreren
werkwoordBetekenis
- trillen, in staat van trilling verkeren
- met vibrato spelen of zingen
- doen trillen of trillend bewerken
Vervoeging van vibreren
vibrerenhele werkwoord — vibreerdeverleden tijd enkelvoud — vibreerdenverleden tijd meervoud — gevibreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vibreer | vibreerde |
| jij | vibreert | vibreerde |
| hij, zij, het | vibreert | vibreerde |
| wij | vibreren | vibreerden |
| jullie | vibreren | vibreerden |
| zij | vibreren | vibreerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gevibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gevibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gevibreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevibreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevibreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevibreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevibreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevibreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevibreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevibreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevibreerd | verleden tijd, deelwoord |
| gevibreerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevibreerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevibreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevibreerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevibreerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevibreerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevibreerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevibreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevibreerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevibreerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevibreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevibreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevibreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevibreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevibreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevibreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevibreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevibreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gevibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gevibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevibreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vibreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vibreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vibreer | gebiedende wijs |
| vibreerde | verleden tijd |
| vibrere | aanvoegende wijs |
| vibrerend | onvoltooid, deelwoord |
| waart gevibreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevibreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gevibreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevibreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevibreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gevibreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gevibreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gevibreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gevibreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gevibreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gevibreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gevibreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gevibreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gevibreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gevibreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gevibreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gevibreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gevibreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gevibreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gevibreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gevibreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevibreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevibreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevibreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevibreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vibreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vibreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vibreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gevibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gevibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gevibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gevibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gevibreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevibreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevibreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gevibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevibreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevibreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevibreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vibreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vibreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vibreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevibreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevibreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevibreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gevibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gevibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevibreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevibreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevibreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vibreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vibreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vibreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevibreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevibreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vibreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevibreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevibreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevibreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gevibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gevibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevibreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevibreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevibreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vibreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vibreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vibreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vibreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevibreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevibreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vibreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘trillen’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van vibreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevibreerd | voltooid deelwoord | vibreren |
| gevibreerde | woordvorm | vibreren |
| vibreer | gebiedende wijs | vibreren |
| vibreerde | verleden tijd | vibreren |
| vibreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vibreren |
| vibreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vibreren |
| vibrere | aanvoegende wijs | vibreren |
| vibrerend | onvoltooid deelwoord | vibreren |
| vibrerende | woordvorm | vibreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vibreren zijn vastgelegd.