vibrator
zelfstandig naamwoordBetekenis
- apparaat dat mechanische trillingen voortbrengt
- staafvormig toestel (dildo) met batterij en motor dat trilt voor sensueel|sensuele prikkeling
zelfstandig naamwoord — masculine
- staafvormig toestel (dildo) met batterij en motor dat trilt voor sensuele prikkeling
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vibratoren | meervoud |
| vibrators | meervoud |
| vibratortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vibratortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘trillend lichaam’ voor het eerst aangetroffen in 1906
Woordfamilie van vibrator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vibratoren | meervoud | vibrator |
| vibrators | meervoud | vibrator |
| vibratortje | verkleinwoord | vibrator |
| vibratortjes | verkleinwoord meervoud | vibrator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vibrator zijn vastgelegd.