vicariaat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- ambt en rechtsgebied van een vicaris
- een katholiek bisdom in de missielanden
- zeker pauselijk bestuurscollege
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vicariaten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ambtsgebied van een vicaris’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1864
Woordfamilie van vicariaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vicariaten | meervoud | vicariaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vicariaat zijn vastgelegd.