verwinden
werkwoordBetekenis
- windend verbruiken
Vervoeging van verwinden
verwindenhele werkwoord — verwondverleden tijd enkelvoud — verwondenverleden tijd meervoud — verwondenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verwind | verwond |
| jij | verwindt | verwond |
| hij, zij, het | verwindt | verwond |
| wij | verwinden | verwonden |
| jullie | verwinden | verwonden |
| zij | verwinden | verwonden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had verwonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verwonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verwonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verwonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verwonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verwonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verwonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verwonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verwonden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verwonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verwonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verwonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verwonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verwonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verwonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verwonden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verwinden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verwinden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwind | gebiedende wijs |
| verwinde | aanvoegende wijs |
| verwindend | onvoltooid, deelwoord |
| verwond | verleden tijd |
| verwonden | verleden tijd, deelwoord |
| verwonden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwonden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zal verwinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verwinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verwinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verwonden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verwonden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou verwinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verwinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verwinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verwonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verwinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verwinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verwonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verwonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verwonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verwinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verwonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verwinden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verwinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verwinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verwinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verwonden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verwonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verwonden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verwinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verwonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van winden met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verwinden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verwind | gebiedende wijs | verwinden |
| verwinde | aanvoegende wijs | verwinden |
| verwindend | onvoltooid deelwoord | verwinden |
| verwindende | woordvorm | verwinden |
| verwindt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verwinden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verwinden zijn vastgelegd.