Naar de inhoud

verwonden

lichamelijk letsel veroorzaken

verwonden

werkwoord vərˈwɔndə(n)

Betekenis

  1. lichamelijk letsel veroorzaken
  2. lichamelijk letsel oplopen

Hoe spreek je verwonden uit?

/vərˈwɔndən/

Verwonden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈwɔndən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
w quiz
ɔ bot
n nek
d dak
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verwonden

verwondenhele werkwoord — verwonddeverleden tijd enkelvoud — verwonddenverleden tijd meervoud — verwondvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verwond verwondde
jij verwondt verwondde
hij, zij, het verwondt verwondde
wij verwonden verwondden
jullie verwonden verwondden
zij verwonden verwondden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verwond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verwond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verwond impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verwond impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verwond impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verwond impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verwond worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verwond zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verwond worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verwond zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verwond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verwond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verwond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verwond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verwond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verwond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verwond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verwond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verwond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verwond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verwond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verwond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verwond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verwond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verwond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verwond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verwond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verwond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verwonden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verwonden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwond gebiedende wijs
verwond verleden tijd, deelwoord
verwond me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verwond te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verwond te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verwond te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwond te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwond te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwond u/je , verwondt je gebiedende wijs
verwond worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verwond zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verwond zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verwond zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verwond zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verwondde verleden tijd
verwondde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verwondde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verwondde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verwondde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verwondde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verwondde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verwondde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verwondden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verwondden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verwondden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
verwonde aanvoegende wijs
verwonde zich aanvoegende wijs
verwonden je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verwonden ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verwonden zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verwondend onvoltooid, deelwoord
verwondt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verwondt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verwondt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verwondt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verwondt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verwondt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waart verwond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verwond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verwond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verwond voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verwond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verwond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verwond voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verwond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verwond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verwond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verwond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verwond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verwond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verwond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verwond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verwond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verwond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verwond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verwond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verwond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verwonden eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verwond hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verwond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verwond hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verwond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verwond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verwond zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verwond zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verwonden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verwonden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verwonden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich verwonden derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verwonden tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verwond hebben verleden tijd
zich verwondend onvoltooid, deelwoord
zijn verwond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verwond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verwond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verwond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verwond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verwond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verwond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verwond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verwond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verwond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verwond zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verwond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verwond zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verwonden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verwonden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verwonden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verwond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verwond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verwond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verwond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verwond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verwond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verwond zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verwond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verwond zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verwonden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verwonden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verwonden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verwond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verwond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verwond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verwonden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen je verwonden tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verwonden eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verwond hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verwond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van verwinden
  • voltooid deelwoord van verwinden

Vervoeging van verwonden

verwondenhele werkwoord — verwonddeverleden tijd enkelvoud — verwonddenverleden tijd meervoud — verwondvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verwond verwondde
jij verwondt verwondde
hij, zij, het verwondt verwondde
wij verwonden verwondden
jullie verwonden verwondden
zij verwonden verwondden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verwond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verwond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verwond impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verwond impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verwond impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verwond impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verwond worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verwond zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verwond worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verwond zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verwond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verwond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verwond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verwond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verwond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verwond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verwond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verwond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verwond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verwond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verwond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verwond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verwond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verwond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verwond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verwond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verwond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verwond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verwonden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verwonden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwond gebiedende wijs
verwond verleden tijd, deelwoord
verwond me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verwond te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verwond te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verwond te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwond te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwond te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwond u/je , verwondt je gebiedende wijs
verwond worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verwond zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verwond zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verwond zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verwond zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verwondde verleden tijd
verwondde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verwondde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verwondde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verwondde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verwondde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verwondde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verwondde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verwondden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verwondden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verwondden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
verwonde aanvoegende wijs
verwonde zich aanvoegende wijs
verwonden je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verwonden ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verwonden zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verwondend onvoltooid, deelwoord
verwondt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verwondt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verwondt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verwondt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verwondt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verwondt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waart verwond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verwond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verwond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verwond voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verwond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verwond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verwond voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verwond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verwond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verwond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verwond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verwond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verwond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verwond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verwond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verwond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verwond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verwond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verwond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verwond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verwonden eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verwond hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verwond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verwond hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verwond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verwond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verwond zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verwond zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verwonden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verwonden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verwonden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich verwonden derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verwonden tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verwond hebben verleden tijd
zich verwondend onvoltooid, deelwoord
zijn verwond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verwond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verwond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verwond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verwond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verwond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verwond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verwond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verwond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verwond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verwond zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verwond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verwond zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verwonden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verwonden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verwonden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verwond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verwond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verwond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verwond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verwond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verwond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verwond zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verwond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verwond zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verwonden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verwonden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verwonden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verwond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verwond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verwond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verwonden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen je verwonden tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verwonden eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verwond hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verwond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van wonden met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verwonden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verwondde verleden tijd verwonden
verwondden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verwonden
verwonde aanvoegende wijs verwonden
verwondend onvoltooid deelwoord verwonden
verwondende woordvorm verwonden
verwondt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verwonden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verwonden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verwonden

Hoe spreek je verwonden uit?
De uitspraak van verwonden is: /vərˈwɔndə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent verwonden?
Verwonden is een werkwoord. Het woord betekent: lichamelijk letsel veroorzaken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verwonden?
Je vervoegt verwonden als volgt: de tegenwoordige tijd is verwond, de verleden tijd is verwondde en het voltooid deelwoord is verwond. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verwonden?

In dit woordenboek rijmen 31 woorden op -onden op verwonden, zoals londen, wonden en gronden. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verwonden, uitspraak vərˈwɔndən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
londen 2
wonden 2
gronden 2
doorgronden 3
ongebonden 4
leeftijdsgebonden 5
aaneengebonden 5
aangebonden 4
doorwonden 3
fietsrotonden 4
gevonden 3
hoedenplankhonden 5
honden 2
ingebonden 4
konden 2
membraangebonden 5
metaalarbeidersbonden 7
metaalbewerkersbonden 7
monden 2
ochtendstonden 4
omwonden 3
ontgronden 3
ontstonden 3
opgewonden 4
robothonden 4
stonden 2
superhonden 4
turborotonden 5
verbonden 3
vonden 2
vrouwtjeshonden 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verwonden is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. W 5
  5. O 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verwonden levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. W 5
  5. O 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verwonden in het kort

verwonden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verwonden zijn 102 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verwonden bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verwonden: lichamelijk letsel veroorzaken
Deel verwonden — standaardnederlands.nl