Naar de inhoud

verwilderen

vervallen in een staat van wildheid

verwilderen

werkwoord

Betekenis

  1. vervallen in een staat van wildheid
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van verwilderen

verwilderenhele werkwoord — verwilderdeverleden tijd enkelvoud — verwilderdenverleden tijd meervoud — verwilderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verwilder verwilderde
jij verwildert verwilderde
hij, zij, het verwildert verwilderde
wij verwilderen verwilderden
jullie verwilderen verwilderden
zij verwilderen verwilderden
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben verwilderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verwilderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is verwilderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verwilderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te verwilderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn verwilderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verwilderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwilder gebiedende wijs
verwilderd verleden tijd, deelwoord
verwilderd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwilderd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verwilderde verleden tijd
verwildere aanvoegende wijs
verwilderend onvoltooid, deelwoord
waart verwilderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verwilderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verwilderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verwilderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verwilderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verwilderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verwilderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal verwilderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verwilderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verwilderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verwilderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verwilderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verwilderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verwilderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn verwilderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verwilderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verwilderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verwilderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verwilderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verwilderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verwilderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verwilderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verwilderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verwilderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verwilderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verwilderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verwilderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verwilderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verwilderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verwilderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verwilderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verwilderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verwilderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verwilderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verwilderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verwilderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verwilderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verwilderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verwilderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verwilderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verwilderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van wilder met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van verwilderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verwilder gebiedende wijs verwilderen
verwilderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verwilderen
verwildere aanvoegende wijs verwilderen
verwilderend onvoltooid deelwoord verwilderen
verwilderende woordvorm verwilderen
verwildert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verwilderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verwilderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verwilderen

Wat is de betekenis van verwilderen?
Verwilderen is een werkwoord. De betekenis is: vervallen in een staat van wildheid. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verwilderen?
Zo vervoeg je verwilderen zo: de tegenwoordige tijd is verwilder, de verleden tijd is verwilderde en het voltooid deelwoord is verwilderd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verwilderen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. W 5
  5. I 1
  6. L 3
  7. D 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verwilderen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. W 5
  5. I 2
  6. L 3
  7. D 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 zonder bonus
  13. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verwilderen in het kort

verwilderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verwilderen staan er 33 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verwilderen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verwilderen: vervallen in een staat van wildheid
Deel verwilderen — standaardnederlands.nl