vervrouwelijken
werkwoordBetekenis
- vrouwelijk maken of worden van iets dat mannelijk was
Vervoeging van vervrouwelijken
vervrouwelijkenhele werkwoord — vervrouwelijkteverleden tijd enkelvoud — vervrouwelijktenverleden tijd meervoud — vervrouwelijktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vervrouwelijk | vervrouwelijkte |
| jij | vervrouwelijkt | vervrouwelijkte |
| hij, zij, het | vervrouwelijkt | vervrouwelijkte |
| wij | vervrouwelijken | vervrouwelijkten |
| jullie | vervrouwelijken | vervrouwelijkten |
| zij | vervrouwelijken | vervrouwelijkten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had vervrouwelijkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vervrouwelijkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vervrouwelijkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vervrouwelijkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vervrouwelijkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vervrouwelijkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vervrouwelijkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vervrouwelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vervrouwelijkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vervrouwelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vervrouwelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vervrouwelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vervrouwelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vervrouwelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vervrouwelijkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vervrouwelijkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vervrouwelijken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vervrouwelijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervrouwelijk | gebiedende wijs |
| vervrouwelijke | aanvoegende wijs |
| vervrouwelijkend | onvoltooid, deelwoord |
| vervrouwelijkt | verleden tijd, deelwoord |
| vervrouwelijkt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervrouwelijkt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vervrouwelijkte | verleden tijd |
| zal vervrouwelijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vervrouwelijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vervrouwelijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal vervrouwelijkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vervrouwelijkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vervrouwelijkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou vervrouwelijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vervrouwelijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vervrouwelijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou vervrouwelijkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vervrouwelijkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vervrouwelijkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vervrouwelijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vervrouwelijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vervrouwelijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden vervrouwelijkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vervrouwelijkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vervrouwelijkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt vervrouwelijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt vervrouwelijkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen vervrouwelijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vervrouwelijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vervrouwelijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vervrouwelijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen vervrouwelijkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vervrouwelijkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vervrouwelijkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult vervrouwelijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult vervrouwelijkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afleiding van vrouwelijk met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van vervrouwelijken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vervrouwelijk | gebiedende wijs | vervrouwelijken |
| vervrouwelijke | aanvoegende wijs | vervrouwelijken |
| vervrouwelijkend | onvoltooid deelwoord | vervrouwelijken |
| vervrouwelijkende | woordvorm | vervrouwelijken |
| vervrouwelijkt | voltooid deelwoord | vervrouwelijken |
| vervrouwelijkte | verleden tijd | vervrouwelijken |
| vervrouwelijkten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vervrouwelijken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vervrouwelijken zijn vastgelegd.