verf
zelfstandig naamwoord, werkwoord /vɛrf/Betekenis
- de algemene benaming voor een product dat bedoeld is om voorwerpen te beschermen tegen de weersomstandigheden of te kleuren door ze van een pigmenthoudende laag te voorzien
Hoe spreek je verf uit?
/vɛrf/
Verf bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| f | fiets |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- algemene benaming voor een product dat bedoeld is om voorwerpen te beschermen tegen de weersomstandigheden of te kleuren door ze van een pigmenthoudende laag te voorzien
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| verfje | verkleinwoord, enkelvoud |
| verfjes | verkleinwoord, meervoud |
| verven | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verven
- gebiedende wijs van verven
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verven
Vervoeging van verf
verfhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘kleurstof’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1375
Woordfamilie van verf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verfje | verkleinwoord | verf |
| verfjes | verkleinwoord meervoud | verf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verf zijn vastgelegd.