versnijden
werkwoordBetekenis
- in stukken snijden
- aanlengen met iets van mindere kwaliteit
Vervoeging van versnijden
versnijdenhele werkwoord — versneedverleden tijd enkelvoud — versnedenverleden tijd meervoud — versnedenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | versnij | versneed |
| jij | versnijdt | versneed |
| hij, zij, het | versnijdt | versneed |
| wij | versnijden | versneden |
| jullie | versnijden | versneden |
| zij | versnijden | versneden |
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben versneden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent versneden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is versneden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was versneden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd versneden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt versneden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal versneden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal versneden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou versneden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou versneden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had versneden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had versneden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had versneden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden versneden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden versneden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden versneden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt versneden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb versneden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben versneden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben versneden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben versneden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben versneden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt versneden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft versneden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft versneden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is versneden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is versneden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben versneden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te versnijden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen versnijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| versneden | verleden tijd, deelwoord |
| versneden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| versneden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| versneden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| versneden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| versneden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| versneden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| versneden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| versneden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| versneden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| versneden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| versneed | verleden tijd |
| versnij | gebiedende wijs |
| versnijd | gebiedende wijs |
| versnijde | aanvoegende wijs |
| versnijdend | onvoltooid, deelwoord |
| waart versneden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren versneden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren versneden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren versneden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was versneden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was versneden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was versneden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd versneden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd versneden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd versneden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden versneden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden versneden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden versneden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt versneden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word versneden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden versneden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden versneden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden versneden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt versneden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt versneden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal versneden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal versneden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal versneden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal versneden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal versneden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal versneden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal versneden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal versnijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal versnijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal versnijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn versneden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn versneden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn versneden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt versneden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou versneden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou versneden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou versneden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou versneden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou versneden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou versneden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou versneden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou versneden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou versneden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou versnijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou versnijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou versnijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden versneden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden versneden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden versneden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden versneden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden versneden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden versneden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden versneden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden versneden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden versneden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden versnijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden versnijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden versnijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt versneden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt versneden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt versneden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt versnijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen versneden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen versneden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen versneden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen versneden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen versneden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen versneden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen versneden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen versneden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen versneden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen versnijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen versnijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen versnijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen versnijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult versneden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult versneden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult versneden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult versnijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van snijden met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van versnijden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| versneden | voltooid deelwoord | versnijden |
| versneed | verleden tijd | versnijden |
| versnij | gebiedende wijs | versnijden |
| versnijd | gebiedende wijs | versnijden |
| versnijde | aanvoegende wijs | versnijden |
| versnijdend | onvoltooid deelwoord | versnijden |
| versnijdende | woordvorm | versnijden |
| versnijdt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | versnijden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van versnijden zijn vastgelegd.