verwateren
werkwoordBetekenis
- slap en krachteloos worden, geen pit meer hebben of aan betekenis en waarde inboeten
- minder goed of belangrijk maken
- van water (doen) veranderen
Vervoeging van verwateren
verwaterenhele werkwoord — verwaterdeverleden tijd enkelvoud — verwaterdenverleden tijd meervoud — verwaterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verwater | verwaterde |
| jij | verwatert | verwaterde |
| hij, zij, het | verwatert | verwaterde |
| wij | verwateren | verwaterden |
| jullie | verwateren | verwaterden |
| zij | verwateren | verwaterden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verwaterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verwaterd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verwaterd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verwaterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verwaterd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verwaterd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verwaterd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verwaterd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verwaterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verwaterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verwaterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verwaterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verwaterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verwaterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verwaterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verwaterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verwaterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verwateren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verwateren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwater | gebiedende wijs |
| verwaterd | verleden tijd, deelwoord |
| verwaterd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verwaterd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verwaterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwaterd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwaterd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwaterd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verwaterd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verwaterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwaterd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwaterd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwaterde | verleden tijd |
| verwatere | aanvoegende wijs |
| verwaterend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verwaterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verwaterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verwaterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verwaterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verwaterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verwaterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verwaterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verwaterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verwaterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verwaterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verwaterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verwaterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verwaterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verwaterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verwaterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verwaterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verwaterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verwaterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verwaterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verwaterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verwaterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwaterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verwaterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verwaterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwaterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verwaterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwaterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verwateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verwateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verwateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verwaterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwaterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwaterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verwaterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwaterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verwaterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwaterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwaterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwaterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verwateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verwateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verwateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verwaterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verwaterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verwaterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwaterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verwaterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verwaterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwaterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verwaterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verwaterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verwateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verwateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verwaterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwaterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwaterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verwaterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verwaterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verwaterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verwaterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verwaterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verwaterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verwaterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verwaterd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verwaterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verwateren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verwateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verwateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verwateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verwaterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verwaterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verwaterd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verwateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van water met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verwateren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verwater | gebiedende wijs | verwateren |
| verwaterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verwateren |
| verwatere | aanvoegende wijs | verwateren |
| verwaterend | onvoltooid deelwoord | verwateren |
| verwaterende | woordvorm | verwateren |
| verwatert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verwateren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verwateren zijn vastgelegd.