verdunnen
werkwoordBetekenis
- dunner worden
- door toevoeging van oplosmiddel de concentratie verlagen
Vervoeging van verdunnen
verdunnenhele werkwoord — verdundeverleden tijd enkelvoud — verdundenverleden tijd meervoud — verdundvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verdun | verdunde |
| jij | verdunt | verdunde |
| hij, zij, het | verdunt | verdunde |
| wij | verdunnen | verdunden |
| jullie | verdunnen | verdunden |
| zij | verdunnen | verdunden |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben verdund | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verdund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verdund | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was verdund | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd verdund | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt verdund | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal verdund worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal verdund zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou verdund worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou verdund zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| hebben verdund | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is verdund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verdund | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben/zijn verdund | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verdunnen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verdunnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdun | gebiedende wijs |
| verdund | verleden tijd, deelwoord |
| verdund te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdund te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdund te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdund te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdund te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdund worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdund zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdund zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdund zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdund zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdunde | verleden tijd |
| verdunne | aanvoegende wijs |
| verdunnend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verdund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdund | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verdund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdund | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verdund | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verdund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verdund | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verdund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verdund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verdund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verdund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verdund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verdund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verdund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verdund | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verdund | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verdund | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verdund | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verdund | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verdund | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verdund worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdund worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verdund zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdund zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdunnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verdunnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verdunnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verdund | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verdund | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verdund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verdund | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verdund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verdund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verdund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdund zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdund zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdund zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdunnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verdunnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verdunnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verdund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdund zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdund zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdund zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdunnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdunnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdunnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verdund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdund zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdunnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verdund worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdund worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdund worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdund zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdund zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdund zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdunnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verdunnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdunnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdunnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verdund worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdund zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdunnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van dun of dunnen met het voorvoegsel ver-.
Woordfamilie van verdunnen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verdun | gebiedende wijs | verdunnen |
| verdund | voltooid deelwoord | verdunnen |
| verdunde | verleden tijd | verdunnen |
| verdunden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verdunnen |
| verdunne | aanvoegende wijs | verdunnen |
| verdunnend | onvoltooid deelwoord | verdunnen |
| verdunnende | woordvorm | verdunnen |
| verdunt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verdunnen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdunnen zijn vastgelegd.